In deze maandelijkse serie beschrijft Vincent Dirksen een aantal zaken op het Vreeburg van rond de vorige eeuwwisseling die grote faam genoten. Deel 2: warenhuis Voortwaarts.


Door Vincent Dirksen

De naam van Johannes Schoonhoven in combinatie met het Vreeburg doet bij de huidige Utrechter waarschijnlijk niet zo snel een belletje rinkelen, maar toch had hij rond de vorige eeuwwisseling wel degelijk een befaamde naam aan dit plein met het warenhuis “Voorwaarts”.  

Deze Johannes Schoonhoven werd geboren op 16 augustus 1857 in Utrecht in een huis achter de molen "De Kat", huis nr.91 in wijk L (dit werd later Bleekerskade 21 en is nu zo ongeveer de hoek Damstraat-Vleutenseweg). Zijn vader Adrianus Schoonhoven en zijn moeder Maria Kersten exploiteerden daar een stoombleekerij. Dat was destijds in die contreien een vaker gebezigde nering, waar de Bleekerskade dan ook zijn naam aan te danken had.

Op deze fraaie tekening van J. P. C. Grolman zien we de geboorteplek van Johannes Schoonhoven. Rechts zien we nog net een stukje van de romp van de molen “De Kat”. De stoombleekerij van de familie Schoonhoven bevond zich bij de lage huisjes vorbij het bruggetje.

Toen zijn vader in 1868 kwam te overlijden ging zijn moeder door met de bleekerij, onder de naam Wed. A. Schoonhoven. Enige jaren later in 1871 ging zijn oudste broer Richard trouwen en zoals dat destijds vaker gebeurde werd er een Firma opgericht onder de naam "Firma Wed. A. Schoonhoven en Zn." en op deze wijze nam zijn oudste broer de bleekerij met een gevestigde naam over (deze naam zou overigens nog voortbestaan tot begin jaren '60 van de 20ste eeuw).

Inmiddels was jongste zoon Johannes al enkele maanden voor het overlijden van zijn vader naar het seminarie in Oudenbosch gestuurd. Ook dat was in die tijden niet zo vreemd in katholieke gezinnen. Soms hield men er een priester als zoon aan over, maar meestal ging het alleen om de opleiding. In 1873 kwam Johannes weer terug in de bleekerij en ging toen werken als winkelbediende.

In 1877 volgde de oproep voor de militie, maar daarvoor werd Johannes afgekeurd omdat hij te klein was. Uit het uittreksel uit het militie-register blijkt dat hij 1,549 meter lang was. Hierna vertrok hij naar Amsterdam om daar als winkelbediende aan het werk te gaan. Hij zou in Amsterdam blijven tot 1882 waarna hij terugkeerde naar Utrecht, waar hij vanuit het huis van zijn moeder, die inmiddels met twee dochters op de Mariaplaats was gaan wonen, zijn geld ging verdienen als handelsreiziger in manufacturen.  

In die hoedanigheid als handelsreiziger (of wellicht al tijdens zijn eerdere verblijf in Amsterdam) moet hij zijn toekomstige echtgenote ontmoet hebben. Dit was de 8 jaar jongere, uit Amsterdam afkomstige Margaretha Maria Geertruida Barella. Hij trouwde met haar in Zwolle op 7 oktober 1886. In datzelfde jaar had Johannes inmiddels een winkel geopend aan de Lange Viesteeg C 161 (dat was het derde huis vanaf de hoek met het Vreeburg) met de naam "Magazijn Voorwaarts".

In 1890 werd het wijkhuisnummer 161 omgezet in het adres Lange Viestraat 36. De zaken gingen voorspoedig, want in 1895 kon Johannes het buurpand op nummer 38 erbij trekken (dit kwam mede goed van pas omdat er een jaar later ook sprake was van gezinsuitbreiding met zoon Richardus Adrianus).

Toen bakker A.W. Verhoef op de hoek van de Viestraat en het Vredenburg zijn pand in 1898 wilde laten verbouwen onder architectuur van de Amsterdamse architect J.A. Van Straaten jr. zag Johannes Schoonhoven zijn kans schoon om ook een vergunning aan te vragen voor de verbouwing van zijn beide winkelpanden.

Eerst wilde de gemeente niet akkoord gaan met de geplande hoogte, maar toen bleek dat het pand van Verheul, waar al wel een vergunning voor was afgegeven, even hoog zou worden, ging men alsnog overstag. Schoonhoven nam toen de bouwplannen van Verheul over en trok de drie panden samen tot een groot winkelpand. Voorafgaand en deels tijdens deze verbouwing verkocht Schoonhoven zijn magazijnen leeg in een noodpand naast de Stadsschouwburg.  

De noordoosthoek van het Vreeburg rond 1900. Midden op de foto zien we de ingang van de Lange Viestraat en rechts daarnaast dus het Warenhuis “Voorwaarts” van Joh. Schoonhoven net na de verbouwing die gereed kwam in het voorjaar van 1899.

Door de uitbreiding van de winkelvloer kon Joh. Schoonhoven ook zijn assortiment uitbreiden en begon hij naast de manufacturen ook zaken te verkopen als matrassen, bedden en andere slaapkamerbenodigheden. Toen zijn klanten hem steeds vaker vroegen of hij ook andere meubels kon gaan verkopen wilde hij natuurlijk graag aan die wens voldoen. Omdat hier het winkeloppervlak toch weer net iets te klein voor bleek, opende hij in november 1904 een filiaal aan de Rozenstraat met de naam Meubelmagazijn "Voorwaarts".

Toen hij echter in 1908 ook nog het buurpand op het Vredenburg, van de grutter Ockhuizen kon overnemen, volgde weer een grote verbouwing. Deze kwam gereed in de zomer van 1909 en zo ontstond er een pand van drie gevels breed aan de Lange Viestraat en twee gevels breed aan het Vredenburg. Een verslaggever van het Utrechtsch Nieuwsblad, die vlak voor de opening nog even door dhr. Schoonhoven werd rondgeleid, schreef er een uitbundig verslag over in de krant van 17 juli 1909. Het pand was maar liefst 4 verdiepingen hoog en daarom ook voorzien van een lift. Dit was in Utrecht nog een unicum in die tijd. Schoonhoven noemde de zaak van toen af het Warenhuis "Voorwaarts". Een van de dingen die destijds ongekend waren, was dat je er binnen kon stappen zonder koopverplichting. Er waren diverse modelkamers ingericht ter bezichtiging en je kon rustig op je gemak rondkijken en dingen uitproberen, zonder dat je werd lastig gevallen door een verkoper.

Hier zien we het interieur van het Magazijn “Voorwaarts”, zoals dat er na de verbouwing van 1908 uitzag.

Datzelfde systeem zou veel later, in de jaren '30-'40 pas toegepast gaan worden in zaken als Vroom en Dreesman en Galeries Modernes. Joh. Schoonhoven was dus echt een pionier op dat gebied.

In de jaren daarna groeide de winkel echt uit tot een begrip in Utrecht en wijde omstreken. Wat natuurlijk meehielp was de perfecte ligging op de hoek van het Vreeburg, waar het prachtige pand met de enorme reclame erop een opvallende verschijning was.

Het Magazijn “Voorwaarts” gefotografeerd rond 1915, toen het zo'n beetje op het hoogtepunt van zijn bestaan verkeerde.

Alle bezoekers die van het westen uit de stad inkwamen (en dat waren er veel) konden vrijwel niet om de winkel heen. In 1912 werd het onmogelijk voor het gezin Schoonhoven om nog boven de winkel te blijven wonen. Die ruimte was hard nodig voor opslag en ook voor personeel. Daarom verhuisden zij naar de Stationsstraat nummer 20.

Toen de winkel zo'n beetje op het hoogtepunt van zijn bestaan kwam, tijdens het ontstaan van de Jaarbeurs en dergelijke ontwikkelingen, kwam Johannes helaas in 1920 te overlijden. Waarschijnlijk was de gezondheidstoestand in de jaren ervoor al verminderd want men nam maatregelen om de voortgang van het bedrijf veilig te stellen. Hiertoe werd namelijk al in 1918 een N.V. opgericht waar zoon Richard Schoonhoven en winkelchef Ch. de Kock directeur van werden.   

Maar in de jaren '20 begonnen natuurlijk ook al de perikelen rond de voorgenomen verbreding van de Lange Viestraat te spelen. Overigens was de Lange Viestraat juist op dat punt op zijn smalst, aangezien het ertegenover liggende pand van de Gebroeders Hagen ook nog op de oude rooilijn stond en daardoor zo'n vijf meter uitstak ten opzichte van de rest van de noordzijde. Dit pand werd in 1927 gesloopt, toen Kreymborg er zijn nieuwe vestiging bouwde, maar de verbreding aan de zuidzijde zou daarna nog enige jaren van juridisch touwtrekken vergen.

Met de N.V. Schoonhoven bereikte de gemeente in februari 1931 een akkoord. Het pand werd op 28 februari 1931 door de gemeente aangekocht voor de som van ƒ 300.000,-- met de bepaling dat het leeg moest worden opgeleverd per 1 januari 1932. Men kreeg dus tien maanden de tijd om de boel leeg te verkopen. Op 15 december 1931 vond er nog een openbare verkoping plaats van de laatste voorraden en de winkelinventaris en daarna werd de sleutel aan de gemeente overhandigd.

De gemeente besloot om, teneinde de voetgangers aan de ingang van de Lange Viestraat meer ruimte te bieden, de etalageruiten op de hoek te verwijderen en de hoek met een pilaar te ondersteunen, zodat voetgangers er onderdoor konden lopen. In het Utrechtsch Nieuwsblad werd dit destijds de “eerste Utrechtsche Winkelgalerij” genoemd.

Rond 1935, toen het pand al was overgenomen door de gemeente Utrecht. Delen van het pand waren verhuurd en er werd nog wat geld verdiend met muurreclame. Goed te zien is dat er aan de kant van het Vreeburg één grote etalageruit is verwijderd en aan de kant van de Viestraat twee.

De rest van het pand werd nog verhuurd tot medio 1935, waarna met de sloop werd aangevangen. Misschien nog wel leuk om te vermelden dat het pand van Schoonhoven tezamen met het buurpand van Hotel l'Europe vlak voor de sloop nog even dienden als oefenterrein voor de jongens van onze Genie. Maar daarna werden zowel het warenhuis als het hotel dus met de grond gelijk gemaakt. Maar de daadwerkelijke verbreding van de Lange Viestraat zou dus nog op zich laten wachten tot na de brand bij Galeries Modernes in 1939. En het zou nog tot 1953 duren voor de hoek Vredenburg-Lange Viestraat weer zou worden voorzien van een heus hoekpand.

   
Vorige aflevering in deze serie:

deel 1: G.W. van Dillen