Onder de noemer ‘Zwerfhond’ schrijft Raymond Taams onregelmatig korte columns, die hij in viertallen op Nieuws030 publiceert. 
 

Waarneming (01-11-23)

Eigen schuld, dikke bult’, roept een vrouw opgewekt tegen haar zoontje als hij van een tafel in het IKEA-restaurant valt, waar hij blijkbaar tegen haar zin is opgeklommen. Ik stel me voor hoe iemand op dezelfde opgeruimde toon ‘oog om oog, tand om tand’ tegen een kind zegt.

Alles wat de mens verzint, vertrouw ik niet. Neem het begrip tijd. Jaren en dagen bestaan, ze zijn respectievelijk een rondje van de aarde om de zon en een rondje van de aarde om zijn as. Uren, minuten en seconden daarentegen zijn zuivere menselijke bedenksels, net als bijvoorbeeld de kilometer.

Over zulke dingen denk ik na terwijl ik met mijn klantenkaart gratis koffie drink bij IKEA op de Utrechtse meubelboulevard. Misschien help ik u op deze manier onder een geldboete uit te komen als u met 150 kilometer per uur over de snelweg rijdt. Welke ‘uren’, welke ‘kilometers’? U nam slechts waar dat u zichzelf verplaatste.
 

Nesten (02-11-23) 

Soms ontdek je een goed woord dat je nog niet kende, zo sprak een militair expert vanmorgen op de radio over ‘weerstandsnesten’. Als Israëlische soldaten de Gazastrook binnentrokken, zouden ze op weg naar Gaza-stad reeds diverse weerstandsnesten tegenkomen, waarschuwde hij. 

Ik stelde me weerstandsnesten voor als reusachtige, ovaalvormige vlechtwerken van prikkeldraad. Dit was natuurlijk een abstracte voorstelling, in een echt weerstandsnest verborgen zich soldaten van vlees en bloed, voorzien van eten, drinken en wapens. 

De rest van de dag bleef het woord bij me. Wandelend door de Utrechtse binnenstad vroeg ik mij regelmatig af waar eventuele weerstandsnesten zich bevonden. Was het dat meisje in de bieb waar ik bijna tegenop botste, en dat me vervolgens heel kort een vervelend gevoel bezorgde door te doen alsof ik niet bestond? 

Onze maatschappij lijkt een oorlog van allen tegen allen, het kan geen kwaad om te luisteren naar militaire deskundigen op de radio.
 

Moreel (07-11-23)

Stiekem ben ik nieuwsgierig naar wat ik waard ben in een gevecht, en dan bedoel een echt, fysiek gevecht, niet de geestelijke oorlogvoering waar vijfentachtig procent van het moderne werkende leven uit bestaat, en die er de oorzaak van is dat we collectief zo ongelukkig zijn.

Om te ontdekken wat ik waard ben in een echt gevecht, kan ik niet zomaar de eerste de beste sterke man op straat aanvallen. Hoewel sterke mannen zichzelf prima kunnen verdedigen, vallen ook zij onder de wet die verbiedt mensen te mishandelen.

Bovendien ontbreken bij zo’n lukrake geweldpleging de juiste psychische voorwaarden, en daarmee kom ik tot de kern van mijn vraag: hoe sterk ben ik fysiek als ik zeker weet dat er geen andere optie is dan vechten?

Heb ik zo’n sterke levenswil dat ik Rico Verhoeven als een stripfiguur over een flatgebouw schop, of had ik toch vaker naar de sportschool gemoeten?
  

Pestmelding (16-11-23)

In het Jeugdjournaal zie ik hoe een Rotterdamse politieagent basisschoolleerlingen voorlicht over pesten. Een verontrustende ontwikkeling; in mijn tijd kwam de bovenmeester naar het klaslokaal als pestgedrag uit de hand liep, tegenwoordig is het de politie, over nog eens dertig jaar wellicht het leger. 

Fantaserend over een infanterist die halverwege de eenentwintigste eeuw met de loop van zijn automatische geweer op het tafeltje van een zesjarige treiteraar tikt, luister ik naar het interview van de verslaggever met de agent, die Robin heet. De politie krijgt niet vaker meldingen over pesten, wel worden ze heftiger en extremer, vertelt hij. 

Tegen het einde van de reportage doet Robin een uitspraak die me aan het denken zet. “Ik hoop dat er ooit zo veel in de maatschappij verandert dat het pesten stopt”, zegt hij. ‘Hoe kijkt Mark Rutte na dertien jaar premierschap naar zo’n verslag in het Jeugdjournaal?’, vraag ik me daarop af.