Door Louis Engelman

Hij verzorgde kappersshows in heel Europa. Toonde zijn uitbundige creaties op de hoofden van vrouwelijke modellen voor een enthousiast publiek in de Moulin Rouge en het Lido in Parijs. Gaf talloze drukbezochte workshops in binnen- en buitenland. En stortte zich na zijn 65e met dezelfde passie op de schilderkunst. Creativiteit is voor Bert Deun een altijddurende drijfveer gebleven. ‘Zonder dat kan ik niet bestaan.’

Maar tegenover zijn successen in de wereld van glitter en glamour stonden voor de bekende Utrechtse kapper ook tientallen donkere jaren. Met intense gevoelens van angst en verdriet over de consequenties van zijn geaardheid, waarvoor hij niet uit durfde te komen. Vooral omdat hij het oordeel van zijn homofobe vader vreesde. En hij bang was een groot deel van zijn klantenkring kwijt te raken.

Geluk en ongeluk hebben beide hun stempel gedrukt op het leven van Bert Deun. Toch kijkt hij nu op zijn 85e met dankbaarheid terug. ‘Omdat ik zo’n mooie familie heb met mijn lieve dochters en kleinkinderen. En fijne vrienden met wie ik al veel prachtige reizen heb gemaakt. Daardoor voel ik me een gelukkig mens.’

Kappersgeslacht

Deun stamt uit een waar kappersgeslacht. Zijn opa en vader oefenden ieder op hun eigen manier het vak uit. En zijn vorig jaar overleden broer Jan was oprichter van de salonketen van Cosmo Hairstyling.

Bert: ‘Mijn opa opende rond 1900 een zaak in Beverwijk. Maar hij overleed te vroeg, op 31-jarige leeftijd. Later zette mijn vader het vak voort op verschillende plekken in het land. Maar pas toen hij mijn moeder had ontmoet begon hij een eigen herenkapperszaak. In de Utrechtse Betonbuurt.’

Dat bleek evenwel geen omgeving, vertelt hij, waarin ‘een keurig christelijk meisje uit Bodegraven’ zich op haar gemak voelde. ‘Dus kozen ze ervoor samen een damessalon te beginnen aan de Amsterdamsestraatweg. Nabij de watertoren. Uiteindelijk groeide die uit tot de grootste kapperszaak van Nederland.’

Het bedrijf zou voor Bert als ideale opstap kunnen worden gezien voor zijn eigen carrière. Omdat hij al van jongs af aan door het vak werd aangetrokken. ‘Ik wilde maar één ding: kapper worden.’

Toch zag hij een werkplek in het bedrijf van zijn vader totaal niet zitten. ‘Daar werden hoofdzakelijk permanentjes gedaan. Aan de lopende band. Vaak wel honderd op een dag. Het leek meer op een fabriek. Er liep zo’n 25 man personeel rond. Maar met artisticiteit had het niets van doen.’ Lachend: ‘Als de stadsbus ’s morgens voor de zaak stopte zei de chauffeur niet ‘halte Ondiep’ maar ‘permanentcentrale’. En dan liep de halve bus leeg.’

Model gekapt door Bert Deun. Foto: Schwarzkopf

Detmold

Na de lagere school lag er voor Bert nog niet meteen een vakopleiding in het verschiet. Tegen zijn zin in werd hij naar de ULO gestuurd, waar hij weinig succes boekte. 
‘Op een ouderavond kreeg mijn moeder te horen dat wiskunde, algebra en al die andere dingen niks voor mij waren. Daarop stelde zij voor me dan maar van school af te halen. De leerkrachten zagen dat als een heel verstandige beslissing. Ik was net 14 jaar.’

Zelf vond hij het helemaal niet erg om de school te verlaten. Omdat hij hoopte dat daarmee zijn grote wens in vervulling kon gaan. Wat ook gebeurde. Hij werd toegelaten op de kappersacademie in het Duitse Detmold. ‘Daar heb ik een half jaar intern gezeten om het beroep te leren.’

Terug in Nederland wijdde Bert zich vol passie aan zijn vak. ‘Eerst ben ik in een kapperszaak in Bussum gaan werken. En daarna anderhalf jaar in Amsterdam bij een Nederlands kampioen. Ik werd al wel wat zelfstandiger toen mijn vader de verdieping boven zaak erbij trok. Daar kon ik aan de slag met drie kapsters. Op mijn zeventiende! Ik deed toen ook al shows voor Schwarzkopf en Loreal ’

Voetballen

In die tijd had Bert allang ontdekt dat hij een beetje anders was dan zijn vriendjes op school. ‘Als kind was ik alleen maar bezig met mijn handen. Smyrnakleedjes knopen, decors maken van de plateaus voor parfumflessen. Mijn vader vond dat verschrikkelijk. Die zei: ‘laat die gozer toch eens een keer gaan voetballen of zo’. Maar dat zat er bij mij niet in. Ik ging al heel jong naar kappersshows. Daar keek ik naar wat ze deden en probeerde de creaties dan thuis na te maken.’

Niettemin ervoer Bert het als een schok toen hij vaststelde vriendjes eigenlijk leuker te vinden dan vriendinnetjes. ‘Het maakte me bang omdat in de kapsalon van mijn ouders een getrouwde homoseksuele man werkte op wie mijn vader altijd zat te schelden. Mijn moeder zei dan vaak: Henk houd je mond, je zou maar zo’n kind hebben. Dat kind was ik dus.’

Hij vertelt vanaf dat moment een afspraak met zichzelf te hebben gemaakt: ‘Dit mag niemand weten. Ik wil dit niet. Ik wil gewoon een hele goede kapper worden met een eigen zaak. Ik wil een leuke vriendin met wie ik kinderen ga krijgen.’

Tharys

Tot zijn dertigste wist hij zijn geheim te bewaren. Zelfs zijn grote liefde, kapster Tharys, met wie hij inmiddels zeven jaar getrouwd was, samen een salon bestierde en twee kinderen had, liet hij in het ongewisse. Totdat op een zondagmiddag een vriendin hem op het terras van Van Dijk in Loosdrecht toevertrouwde dat zij verliefd op hem was geworden. 
Bert: ‘In een opwelling zei ik toen tegen haar: nou daar zal weinig van kunnen komen, want ik ben homo. Waarop zij antwoordde: Een goedkoper excuus heb ik niet eerder gehoord.’

Toch wist hij meteen dat het vacuüm dat hij om zich heen had opgetrokken was verbroken. ‘Ik schrok daar enorm van en vroeg haar het alsjeblieft aan niemand door te vertellen. Maar al binnen een paar weken merkte ik dat andere vriendinnen anders tegen mijn vrouw deden. Toen heb ik het haar dus verteld. Op een Nieuwjaarsmorgen na een feest in Loosdrecht. Zo’n dag waarop je langs familie gaat om iedereen een goed nieuwjaar te wensen. Ik vond dat ze het niet van anderen moest horen. Ook wilde ik het jaar niet weer met leugens ingaan.’

Tharys was, aldus Bert, in eerste instantie verbijsterd, ‘Maar al heel gauw vroeg ze: wat gaan we doen? Gaan we scheiden? We hebben twee kinderen van 5 en 3 jaar. Allebei wilden we dat niet.’

Het doortastende karakter van zijn echtgenote zorgde er ook daarna voor dat hij beter met zijn geaardheid kon omgaan. Ze zei: ‘Nu moet je eens goed luisteren. Hier kan jij niks aan doen en ik ook niet. Dus laten we er het beste van maken.’

Bert deed dat door zich nog meer op zijn kappersvak te richten. Hij verzorgde shows, won prestigieuze prijzen, gaf workshops in verschillende Europese landen en vervulde bestuursfuncties binnen de kappersorganisaties.

‘Maar op een gegeven moment’, zegt hij, ‘vond ze het lang genoeg hebben geduurd. We waren in Berlijn waar ik voor Schwarzkopf een demonstratie zou geven. Daar drong ze erop aan dat ik een collega zou aanspreken van wie ze wist dat hij homo was. Hij is toen ook mijn eerste vriendje geworden. Feitelijk heeft ze me daar naar toe geholpen.’

Deun praat met zeer veel respect over Tharys, die achttien jaar geleden overleed. ‘Onze liefde voor elkaar is nooit verdwenen. Ze was een echte Brabantse, zag er fantastisch uit. We zijn altijd gek op elkaar gebleven. En we hebben de kinderen erin mee kunnen nemen. Die hebben onze situatie heel normaal gevonden. 

Brand

Zakelijk ging het beiden voor de wind. In 1963 konden ze hun eigen salon openen in een deel van een voormalig advocatenkantoor aan de Voorstraat. Later verwierven ze het hele pand. Bert: ‘Er waren tijden dat we daar met z’n tienen werkten.’

Maar er was ook tegenslag. Twee jaar nadat hij een dependance op de begane grondverdieping in het Holiday Inn Hotel had geopend maakte een brand daar een eind aan. Een medewerkster had een asbak, waarin een nog nagloeiende peuk had gezeten, in een ton met haar geleegd. De brandweer kon net voorkomen dat de hele hoteltoren affikte.

‘Een financiële ramp’, aldus Bert, ‘Maar dan zei Tharys weer: ‘We zijn overal doorheen gekomen. Ik stap er op mijn hoge hakken over heen, we werken in de Voorstraat gewoon weer keihard door en dan redden we ons wel’. Vanaf die dag zat het daar weer bomvol.’

Bert Deun tijdens een presentatie voor het merk Schwarzkopf. Foto: collectie Deun

Compliment

Ondanks alle inzet en zijn internationale successen bleef de verhouding met zijn vader gespannen. Nooit kwam er van diens kant een waarderend woord. Bert: ‘Eén keer uitgezonderd. Op een Vaderdag. Toen zei hij opeens dat we het dat jaar met de zaak zo goed hadden gedaan. Ik dacht: wat is hier aan de hand? Een week later overleed hij.’

Van zijn homoseksualiteit heeft zijn vader nooit iets geweten, zegt Bert. ‘Omdat ik pas op mijn dertigste uit de kast ben gekomen. Voor mijn moeder was dat een schok. Ze vond het vreselijk toen ze het hoorde. Zeker naar de buitenwereld toe wilde ze de ‘vuile was’ liever binnenhouden. Ik ben daar een keer heel boos om geworden en riep naar haar: ‘dus je ziet mij als vuile was’. 
Met mijn vrienden kon ze later overigens best goed overweg. Maar naar buiten toe bleef ik altijd die gelukkig getrouwde man met een fijne vrouw en twee lieve kinderen.’ 

Rick

In 1980 ontmoette Bert de tweede grote liefde in zijn leven: Rick. ‘Met hem heb ik 42 jaar samengeleefd. Hij was tien jaar jonger en totaal anders dan ik. In tuinbroeken en T-shirts met een pukkel als tas. Op het Christelijk Lyceum in Gouda was hij een zeer geliefd docent biologie. Echt een fantastisch mens. Helaas is hij vier jaar geleden overleden. Na zeventien jaar prostaatkanker, veel chemo en nucleaire inspuitingen. Dat was zwaar.’

Vanaf een dressoir in zijn voorkamer haalt Bert een foto tevoorschijn die veel voor hem betekent. ‘Kijk hier staan Tharys en Rick samen. Ze hadden een heel goede verstandhouding met elkaar. Mooier kan je het toch niet hebben?

Hij zou willen dat ook de jongeren van nu zich op die manier tegenover anders geaarde mensen durven op te stellen. ‘Ze zouden zich eens voor moeten stellen wat iemand meemaakt als hij op jonge leeftijd tot de ontdekking komt anders te zijn. Dat zou veel helpen. Maar ik zie juist het tegenovergestelde gebeuren. Daar maak ik me wel zorgen over.’

De oorzaak van die verharding zoekt Bert bij de invloed van influencers die volgens hem misbruik maken van de onzekerheid van pubers. ‘In mijn sportschool is dat goed te zien. Allemaal doen ze hun best om breed en gespierd te zijn. En ze kijken constant in de spiegel of hen dat lukt.’

Total loss

Het kappersvak, de shows en workshops begonnen na de dood van Tharys in 2008 ook bij Bert hun tol te eisen. Zijn beide dochters Nicky en Mireille sprongen nog wel acht jaar bij in de zaak, maar toen kwam toch het onvermijdelijke moment om de salon te verkopen. ‘Zelfs daarna ben ik er nog drie jaar blijven werken’, vertelt hij met enige trots. ‘Maar na zo’n dag waarin ik nog dertien klanten hielp, was ik zó moe. Echt total loss. Dus ben ik op mijn 78e definitief gestopt.’

In een zwart gat viel hij niet. De reizen met zijn vrienden bleven doorgaan en een nieuwe hobby had hem twintig jaar eerder ook al de rustmomenten gebracht die hij nodig had: de schilderkunst. Hij raakte daar verslingerd aan nadat hij zich samen met Rick had opgegeven voor een cursus in Frankrijk, verzorgd door de Utrechtse kunstschilder Busse Weidema. Rick hield het bij de cursus, maar Bert kreeg daarna tien jaar lang les in het atelier van Busse in Zuilen. Inmiddels is kunstenaar John Noy uit Tuinwijk alweer een decennium zijn leermeester.

Berts woonkamer is ook zijn atelier. Foto: LE

In zijn appartement in De Bilt zijn de resultaten van Berts kunstuitingen nadrukkelijk aanwezig. Aan alle wanden hangen prachtige schilderijen tussen de vele kunstvoorwerpen die hij tijdens zijn reizen heeft verworven. Op een ezel wacht een schilderij op de laatste streken van de meester. 

Bert: ‘Het geeft mij heel veel voldoening ermee bezig te zijn. Soms heb ik moeite eraan te beginnen, maar als ik eenmaal bezig ben kan ik niet meer stoppen.’
Zijn oeuvre omvat intussen vele tientallen werken. Sommige zijn ooit tentoongesteld, zoals bij het RIVM, in een gezondheidscentrum en in de koffieruimte van de Domkerk. Maar de meeste staan in zijn garage, garderobe en slaapkamer. Eerder gebruikte hij ook de etages van zijn wooncomplex Biltsteyn als expositieruimten, maar op last van de brandweer heeft hij de schilderijen daar weg moeten halen. Het heeft hem er niet van weerhouden in de schilderkunst actief te blijven. 

Energie

Op zijn 85e etaleert Bert Deun nog een geweldige energie. Die steekt hij in zijn hobby, de reizen, zijn belangstelling voor kunst en zijn vriendenkring. Als vrijwilliger draagt hij ook bij aan Atelier De Kooi, de beeldentuin van kunstenaar Jits Bakker op het landgoed Beerschoten, waar diens zoon Tibo als schilder en beeldhouwer de kunstuitingen van zijn vader voortzet. 

Om het lichaam gezond te houden bezoekt Bert twee keer per week de sportschool. Hij weet heus wel door de onvermijdelijke ouderdomsverschijnselen dat hij in een late fase van zijn leven verkeert. Maar bang voor de dood zegt hij niet te zijn. ‘Nee, totaal niet. Ik denk er hetzelfde over als Rick die ooit tegen me zei: ‘wel jammer dat ik zoveel mensen kwijtraak’.

Juist de laatste tijd zegt Bert ‘behoorlijk dankbaar’ te zijn. ‘Ik denk dan: jeetje wat heb ik een mazzel. Met fantastische kinderen, kleinkinderen en sinds twee maanden ook nog een achterkleinkind. Met allemaal kan ik heel goed omgaan. En ik heb een lekker huis. Dan mag je toch dankbaar zijn?’

Het is hem aan te zien. Zelfs verzoende hij zich enkele maanden geleden met zijn overleden vader. Bert: ‘Dat gebeurde tijdens een familie-opstelling, waarin je vijf generaties teruggaat. Ik ontdekte daarin hoe moeilijk zijn jeugd was geweest. En ook hoe ik ten onrechte mijn moeder adoreerde en hem verketterde. De haat jegens hem sloeg ineens om in een gevoel van medelijden. Ik kon daarna al die problemen overboord gooien. Dat gaf mij een enorm gevoel van vrijheid.’
   

Zie ook: Deun, een echte Utrechtse kappersfamilie (2015)