Op deze pagina een uitgebreide reactie op het gemeentelijke rapport In steen gebeiteld. Een onderzoek naar de persoonsgegevens op het Joods Monument Utrecht dat zojuist is verschenen. Jim Terlingen is in zijn rol als amateur-historicus ontdekker geweest van fouten op het monument.
                   

Door Jim Terlingen - Deze week heeft de gemeenteraad van Utrecht van burgemeester Van Zanen een brief gekregen waarin een gemeentelijk onderzoek wordt gepresenteerd naar de 1239 vermeldingen van joodse mensen die staan op het Joods Monument in Utrecht.

Een heel korte samenvatting van het voorafgaande: in oktober 2015 is bij het Spoorwegmuseum een monument met een namenmuur onthuld, waarna ikzelf tientallen fouten ontdekte (hier en hier is meer te lezen over dit proces).

Nu, in maart 2018, is het rapport daar. Ik kreeg het pas onder ogen toen het al definitief was - helaas vond men het niet nodig om mij te betrekken in de correctierondes. Daarom heb ik besloten op deze plek mijn reacties te geven.

Voordat ik het rapport uitgebreid ga bespreken, wil ik eerst nogmaals mijn oprechte waardering uitspreken voor iedereen die zich heeft ingezet voor het realiseren van het monument en in het bijzonder de bestuursleden van de stichting die verantwoordelijk was. En ook de gemeentelijke onderzoekers, die verantwoordelijk zijn voor het rapport, hebben dit gedaan met grote betrokkenheid voor het verschrikkelijke dat joodse inwoners van Utrecht is overkomen. Laat dit alsjeblieft heel duidelijk zijn.

Tegelijk met het verschijnen van het rapport is overigens op het monument een bordje geplaatst met deze tekst:

Over Joodse slachtoffers in Utrecht worden soms nieuwe feiten bekend.
Op www.joodsmonumentutrecht.nl staan de meest actuele gegevens.

Ik vind het heel erg smaakvol uitgevoerd.

Het nieuwe bordje op het monument. Foto: Jim Terlingen

Het rapport

Het belangrijkste is dat er nu – twee jaar na de eerste melding van fouten – onderzoeksgegevens zijn over alle namen op de lijst. Dat is heel erg positief. Ik ben geen geschiedkundige in de officiële zin van het woord, maar naar mijn idee is er in de basis nauwkeurig onderzoek uitgevoerd. Chapeau. Kritiekpunten heb ik wel: er had méér uitgezocht kunnen worden en bepaalde conclusies zijn discutabel (zie verderop).

De beschrijving van het onderzoek naar de namen is niet de enige inhoud van het rapport. De - sec - twaalf tekstpagina’s gaan ook over de ontstaansgeschiedenis van het monument, hoe de namenlijst is samengesteld, wat er gebeurd is sinds bekend is dat er fouten op stonden en er zijn conclusies.

Over deze teksten ben ik in het geheel niet te spreken. Net als het monument bevatten deze teksten vele onjuistheden. Ze vallen in de categorieën: slordig, onzorgvuldig, wegmoffelarij en desinformatie.

                           

Uit het gemeentelijke onderzoek blijkt dat er in totaal 69 keer een vermelding niet goed is gegaan op het Joods Monument

Poe, dat klinkt best veel. Ik was zelf met het nemen van steekproeven al gekomen tot 31 gevallen. Maar het hoge aantal verbaast me ook weer niet, gezien de wijze waarop men bij het maken van de namenlijst te werk is gegaan (zie verderop).

Fijn is dat op het monument gelukkig niet nog méér namen staan van mensen die de oorlog overleefd hebben. Het blijft dus bij drie.

Wel staat onderaan het lijstje van 69 een naam van iemand die was vergeten op het monument: meubelmaker Samuel Levie Monas, geboren in Tietjerksteradeel op 11 mei 1888, gedurende de oorlog wonende in Jutphaas en gestorven in Sobibor op 2 april 1943.

Hoe komt het dat deze naam nu pas opduikt? Stond hij niet op de basislijst uit 2007? Als nee, waarom niet? Als ja, hoe kan het dan dat zijn naam niet op het monument staat? Zijn vrouw en kind staan namelijk wel vermeld op het monument. Hierover staat niets in het rapport.

                    

Het rapport bevestigt: er is voorafgaand aan het vereeuwigen van de namenlijst op de muur door de stichting geen grondig Utrechts onderzoek uitgevoerd naar alle 1239 namen. Helaas.

Dit is onweerlegbaar op te maken uit de reconstructie die staat in het rapport. Daarin wordt vermeld dat de lijst die de stichting gebruikte in de basis kwam uit 2007. Dit komt overigens overeen met mijn bevindingen, die ik eerder deelde op m'n website.

De lijst was dus acht jaar oud. Het spijt me om te zeggen over de goedbedoelende bestuursleden, maar het is naar mijn oordeel echt een amateurfout geweest van hen om deze lijst als basis te nemen. Geen ervaren WO2-onderzoeker (amateur- of professioneel) zal dit kunnen begrijpen.

Het onderzoek dat in 2017 door de gemeente is uitgevoerd, gebeurde in slechts enkele maanden. Hoe betreurenswaardig is het dat men in 2014 of 2015 niet dezelfde tijd heeft uitgetrokken voor een soortgelijk onderzoek. 

Een citaat uit het rapport:

Tussen de oprichting van de Stichting Joods Monument Utrecht in 2012 en het opsturen van de namenlijst naar het graveerbedrijf in Israël in de zomer van 2015, hebben enkele leden van de stichting geprobeerd de Utrechtse lijst zo goed mogelijk te checken.

Ik begrijp de verzachtende zalf. En ik gun ze die zalf ook. Maar 'zo goed mogelijk' is het helaas echt niet geweest. 

                            

De gemeente heeft besloten om principieel niets te veranderen aan alle vermeldingen van joodse Utrechters die tijdens de oorlog niet in kampen zijn overleden.

Het gevolg is nu: ook een joodse man die in februari 1942 ‘zacht en kalm’ op 87-jarige leeftijd overleed, blijft in de officiële lijst staan. Dit vind ik op zijn minst discutabel.

Het Joodsche Weekblad, 20 februari 1942

In het onderzoek van de gemeente is niet geprobeerd te achterhalen welke van deze gegevens bekend waren op 23 juni 2015, de dag waarop de lijst voor het Utrechtse monument definitief werd gemaakt.

Het rapport zegt daarover: “Het is niet gemakkelijk te achterhalen welke gegevens vóór 23 juni 2015 beschikbaar waren” en “Toch zal zeker bepaalde informatie ook al vóór juni 2015 vindbaar zijn geweest.“

Een onderbouwing voor de eerste zin wordt niet gegeven. En de formulering ‘zal zeker bepaalde informatie’ in de tweede zin is in al zijn vaagheid een open deur.

Het is mijn vaste overtuiging: de gemeentelijke onderzoekers hebben niet willen zoeken.

Zie dit voorbeeld:

Toen voorzitter Rietkerk van de stichting in 2016 in de krant reageerde op de ontdekking dat een persoon die op het monument vermeld staat de oorlog overleefd had, zei hij dat deze gegevens niet bekend waren toen het monument werd gemaakt.

Ik heb toen navraag gedaan bij het Digitaal Joods Monument, een grote publieksdatabase over joodse slachtoffers op internet. Binnen een dag kreeg ik via de e-mail een reactie met daarin de bevestiging dat de gegevens al in 2012 op de site stonden. Een datum ruim voor het definitief maken van de namenlijst.

Als je dit in 69 gevallen doet, heb je alle gegevens. Hoe moeilijk is dat?

Ik heb wel een idee waarom dit onderzoek niet gedaan is. Men heeft de bestuursleden willen beschermen. Dat is dus gebeurd in een rapport dat naar de gemeenteraad is gegaan. En op het bordje dat op het monument is gekomen, staat de tekst 'Over Joodse slachtoffers in Utrecht worden soms nieuwe feiten bekend'. Deze tekst prijkt ook op de website. De resultaten van zo’n onderzoek zouden deze tekst onderuit kunnen halen. Want stel dat het geen ‘nieuwe’ feiten zijn? Klassiek gevalletje van wegmoffelarij.

                 

Desinformatie

Lees graag even dit stukje uit het rapport: 

“Kort na de onthulling van het Joods Monument Utrecht in 2015 doken er in de lokale pers meldingen op dat er onjuiste gegevens op stonden. Zo zouden er namen verkeerd geschreven zijn, klopten sommige geboorte- en sterfdata niet en waren er personen opgenomen die tijdens de oorlog niet in de vernietigingskampen maar in of om Utrecht gestorven waren. Ook stonden er enkele mensen op die de oorlog hadden overleefd en na 1945 naar het buitenland waren vertrokken.”

‘Zo zouden er namen verkeerd geschreven zijn…’ houdt de optie open dat het niet waar is. En dat lijkt me nu echt iets dat nog stand gehouden kan worden. Maar waarschijnlijk is dit een stijlfout, want de bijzinnen erna houden géén slag om de arm.

Echt storend vind ik de een-na-laatste zin uit bovenstaand stukje. ‘Ook stonden er enkele mensen op die de oorlog hadden overleefd en na 1945 naar het buitenland waren vertrokken.’ Waar haalt de schrijver dit laatste gegeven vandaan? Ik vraag dit omdat het iets suggereert dat simpelweg niet waar is.

In mijn eerste publicaties over de fouten – dat door alle landelijke media werd opgepakt – was er één persoon die de oorlog overleefd had. Haar naam staat op het monument. Dat was mevrouw Esther Groenteman-Cohen. Deze joodse mevrouw zat gedurende de oorlog ondergedoken in Hilversum. Haar man stierf in een concentratiekamp. Ze heeft na de oorlog lange tijd een spijkerbroekenwinkel gehad op de Amsterdamsestraatweg in Utrecht, ze verhuisde in de jaren 70 naar de wijk Tuindorp en ze sleet haar laatste jaren in het joods verzorgingstehuis in Amsterdam. Ze stierf in 1994 op 82-jarige leeftijd.

Zie ook dit filmpje van studenten van de School voor Journalistiek.

Esther Groenteman-Cohen (rechts) met haar zus Lies, de de oorlog

Zomaar iets beweren als feit zonder waarheidsgehalte vind ik kwalijk. Desinformatie geven heet het tegenwoordig in nepnieuws-termen. Het haalt de geloofwaardigheid van het onderzoek naar beneden.

Voorzitter Rietkerk van de Stichting had er in maart 2016 in het AD ook een handje van: “Esther Groenteman-Cohen is met haar man weldegelijk samen op transport gezet naar de concentratiekampen. Zij heeft het kennelijk overleefd, haar man niet”, zei hij om de plek van haar naam op het monument te kunnen verdedigen. Ook onwaar. Gewoon een wilde gok. Zonder kennis, omdat het je uitkomt. In het openbaar heb ik er nog geen excuses over gehoord.

                    

Slordig

In de allereerste alinea van het rapport staat de zin:

Op het monument staan de namen vermeld van 1239 Utrechtse Joden die de oorlog niet overleefden.

Deze zin vind ik erg knullig. Want dit rapport gaat juist over fouten in de 1239 naamvermeldingen. Telt u even mee? Er staan er drie onterecht op omdat ze de oorlog overleefd hebben. En er miste er eentje. Als je al een getal wilt noemen, is 1237 kloppend.

                        

Besluit

Op 31 mei 2017 werd mij op de kamer van de burgemeester meegedeeld…

…dat er onderzoek zou worden gedaan naar de persoonsgegevens op het Utrechtse monument. Historicus René de Kam, werkzaam bij Erfgoed van de gemeente Utrecht, werd gevraagd dat te coördineren. Ook werd tijdens dat gesprek besloten om op het monument de tekst ‘Over Joodse slachtoffers in Utrecht worden soms nieuwe feiten bekend’ op te nemen met een verwijzing naar de website joodsmonumentutrecht.nl.

Inderdaad. Wat daarbij ook is besloten, is dat de juiste gegevens op de website joodsmonumentutrecht.nl terecht zouden komen. Dit wordt in het rapport niet vermeld.

                                              

Website

In het rapport en op de website joodsmonumentutrecht.nl staat een tabel met de 69 verschillen. Er is een kolom ‘Vermelding Joods Monument Utrecht’ en een kolom ‘Gecorrigeerd november 2017’.

Fragment van de gegevens op de website joodsmonumentutrecht (screenshot 13 maart 2018)

De vermelding van de drie overlevenden vind ik te summier. Alleen hun naam staat erop en in de nadere kolom ‘Heeft de oorlog overleefd’. Ik mis een geboortedatum. Er is ook geen vermelding wanneer ze wel zijn overleden (als dat zo is, want één persoon leefde volgens mijn gegevens een jaar geleden nog).

De titel van de kolom ‘Gecorrigeerd november 2017’ is niet juist. De gegevens zijn op dat moment helemaal niet gecorrigeerd. Dat is pas gebeurd in maart 2018.

In die kolom staat soms een maand uitgeschreven in letters (zoals 'oktober') en soms in cijfers ('09').

                                 

Colofon

Opvallend vind ik dat in het colofon niet vermeld staat wie het onderzoek heeft uitgevoerd. Dat is toch vreemd. Of heeft de heer Rietkerk dat gedaan?

Op de colofon-pagina. 

Het laatste punt: onjuistheden betreffende mijn rol

Drie citaten.

Aangezien hij naar zijn idee te weinig gehoor vond bij de stichting die het monument had opgericht, deed hij op zijn blog op Nieuws030 een oproep aan burgemeester Jan van Zanen om ‘in te grijpen in deze slepende kwestie’.

Klein foutje. Dat deed ik niet op een blog, maar in een opiniestuk.


Jim Terlingen had in zijn blogs er al op gewezen dat deze personen de oorlog hadden overleefd.

In het rapport wordt alleen de ‘blog op Nieuws030’ genoemd. Maar op die site heb ik niet uitgebreid over de drie overlevenden geschreven. Nee, dat staat op een website waarop ik al mijn onderzoeksinformatie deel: Kanttekeningen bij het Joods Monument in Utrecht’. Het 'zijn blogs' zullen de berichten die daarop staan wel zijn.

De naam van deze website wordt in heel het rapport niet genoemd. Het is een bron geweest voor het gemeentelijke onderzoek (concludeer ik ook op grond van het lijstje gemeentelijke IP-adressen van de bezoekers). Ik heb ook ten behoeve van het onderzoek van mijn gegevens een samenvatting aangeleverd. Bronvermelding was passend geweest.


Als gevolg daarvan heeft er in december 2016 een gesprek plaats gehad tussen Terlingen en de burgemeester, waar ook twee leden van de Stichting Joods Monument Utrecht bij aanwezig waren. Een tweede gesprek tussen Terlingen en de burgemeester vond plaats in mei 2016, waarbij werd besloten dat er onderzoek zou worden gedaan naar de persoonsgegevens op het Utrechtse monument.

Incorrect. Er zijn geen twee, maar drie gesprekken geweest met Van Zanen op de burgemeesterskamer in het Stadskantoor. Op 9 december 2016 in gezelschap van de ambtenaren Knol en Klatter. Op 25 januari 2017 samen met twee voormalige bestuursleden van de Stichting (Rietkerk en Van Ditmarsch) en de ambtenaren Klatter en Kikkert. En op 31 mei 2017 in gezelschap van de ambtenaren Klatter, Kikkert en De Kam.

                              

Mijn conclusie

Ik ken het gemiddelde niveau van gemeentelijke rapporten niet, maar dit exemplaar vind ik alleen al door al die onjuistheden en vaagheden ver onder de maat. Als gemeenteraadslid zou ik onmiddellijk aandringen op een verbeterde versie.

           

Zie ook: de column 'Broddelwerk' in rapport Joods Monument