Door Jim Terlingen - Voor Croeselaan 235 werden vanmiddag drie struikelstenen geplaatst. Ze zijn voor drie joodse Utrechters die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord: David Hartog Blok, Betje Blok-Witmond en nun zoon Izaäk Philip Blok.

Foto: JT

De Utrechtse onderzoekster Doete Regts, die de aanvragers in het proces hielp, hield bij deze gelegenheid een toespraak, die wij hieronder integraal publiceren:

David Hartog Blok werd op woensdag 28 augustus 1889 geboren in Medemblik. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader aan vaders kant. Zijn vader was koopman en zijn moeder kwam uit een gezin van vleeshouwers. Het gezin telde vijf kinderen, drie jongens en twee meisjes, waarvan David Hartog het derde kind was. De oudste zoon David Izaäk overleed na enkele maanden. David Hartog groeide daardoor op in een gezin van vier kinderen. 

Op 19-jarige leeftijd werd David Hartog goedgekeurd voor militaire dienst. Zo weten we dat hij 1,71 meter lang was.

Toen David Hartog 26 jaar oud was vertrok zijn jongere broer Maurits naar Australië. Maurits was 24 jaar oud en handelsreiziger. Maurits trouwde, werd predikant bij de Methodistische Gemeente en kreeg drie zonen en een dochter. 

Betje Witmond werd geboren op 14 januari 1891 in Monnikendam, ook op een woensdag. Ze werd vernoemd naar haar oma Betje de Vries. Haar vader Philip Witmond was vishandelaar en winkelier in manufacturen. Moeder Roosje Nol kwam uit een koopmansfamilie. Het gezin telde zes kinderen, drie jongens en drie meisjes. Betje was het tweede kind. Haar jongste zusje Alida overleed na een jaar. Betje groeide daarom op in een gezin van vijf kinderen. 

In 1916, toen Betje 25 jaar oud was, overleed haar moeder in Monnickendam.  

In 1921 traden een zus van David Hartog Blok en een broer van Betje Witmond samen in het huwelijk. Er was dus contact tussen de families Blok en Witmond. Het bruidspaar (Engeliena Blok en David Witmond) zijn de grootouders van Annette, Judith en David, die hier aanwezig zijn. Een jaar nadat Engeliena en David trouwden, werd hun zoon Philip Irving Witmond geboren, de vader van Annette, Judith en David. 

Annette, David en Judith (van links naar rechts) poseren op verzoek van de fotograaf bij de struikelsteentjes (foto: JT)

In de zomer van 1923 vertrok Betje, samen met haar vader, vanuit Monnickendam naar Eindhoven. Haar broers Mozes en David woonden al in Eindhoven met hun gezinnen. Hun vader overleed in 1924 in Eindhoven. Beide ouders van Betje waren nu overleden.

In december 1925 ging Betje Witmond in ondertrouw met David Hartog Blok en na enkele weken, op 6 januari 1926, traden zij in Medemblik in het huwelijk. David Hartog was, net als zijn vader, koopman geworden. De getuigen bij dit huwelijk waren slager Mozes van der Velde, dit was de oom van David Hartog, Mozes en Andries Witmond, twee broers van Betje en haar zwager Levi Grunwald.

Negen maanden na de huwelijksvoltrekking werd op 20 oktober 1926 hun zoon Izaäk Philip Blok geboren in Medemblik. Hij werd vernoemd naar zijn twee grootvaders. Hij werd net als zijn ouders geboren op een woensdag.  

Een jaar later overleed de vader van David Hartog in Medemblik. 

In oktober 1928, toen zoon Izaäk Philip bijna twee jaar oud was, verhuisde het gezin van Medemblik naar Utrecht. Ze gingen wonen in een benedenwoning aan de Merwedekade 161. Op dit adres woonden het gezin vijf en een half jaar. Merwedekade is een vijf minuten fietsen vanaf dit adres. David Hartog stond ingeschreven als reiziger en koopman. 

In april 1934 verhuisde het gezin Blok naar Balijelaan 32. Dit was vlakbij het vorige adres en vier minuten fietsen vanaf dit adres. Ook dit betrof een benedenwoning. 

In oktober 1937 schreef David Hartog Blok zich in bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Utrecht, als beheerder van het bijkantoor van een Brussels bedrijf voor fabricatie van naaigarens, genaamd Tubor-Tubca-Utrecht. Tubor was zuiver naaizijde op metalen buisjes. Door heel Nederland verschenen advertenties in de krant voor dit product. 

1 september 1937, De Noord-Ooster

David Hartog runde de eerste 15 maanden het Nederlandse kantoor vanuit zijn huis aan de Balijelaan. Vanaf januari 1939 werd het kantoor in Utrecht verplaatst naar Mariahoek 15, bij de Mariaplaats.  

Het gezin verhuisde vervolgens naar Croeselaan 235, benedenwoning met vijf kamers en keuken. Eigenaar van de woning was de vereniging van beambten van de Philips Gloeilampenfabriek in Eindhoven. David was niet werkzaam bij Philips, maar ook familieleden van Philips-medewerkers konden wonen in een Philips-woning. De broer van Betje, David Witmond werkte bij Philips in Eindhoven. 

Op 1 januari 1940 stopte David Hartog als beheerder van het bijkantoor van Tubor-Tubca-Utrecht, kocht het filiaal en werd eigenaar van dit bedrijf in Nederland. Een bedrijf voor verwerken én handel in garens. Daarnaast ook de handel in manufacturen, modeartikelen, babyartikelen en nevenartikelen.

Beeld: industriemuseum België

In maart 1940 overleed de moeder van David Hartog. Zowel hij als Betje hadden nu geen ouders meer. Door het overlijden van zijn beide ouders, kreeg David Hartog een stuk landbouwgrond in zijn bezit. Het betrof een stuk grond dat iets groter was dan een half voetbalveld dat lag in Andijk, vlakbij Medemblik. De grond was lang in het bezit geweest van zijn familie. 

In mei 1940 brak de oorlog uit. De bezetter voerde anti-Joodse maatregelen uit die het leven van Joden in steeds grotere mate inperkten en het hebben van werk of bezit onmogelijk maakten. 

In mei 1941, het was toen al een jaar oorlog, benoemde David Hartog Blok, Marinus Christiaan Westerhout als algemeen procuratiehouder. Door deze benoeming kon bij eventuele afwezigheid van David Hartog Blok, Marinus Westerhout geheel in zijn plaats treden. Deze Marinus en zijn vrouw Loes zaten in het verzet. 

We weten niet op welke school Izaäk Philip heeft gezeten. Op 1 september 1941 kregen alle Joodse leerlingen te horen dat zij niet meer naar hun scholen mochten. Ook Izaäk Philip, die op dat moment bijna 15 jaar oud was. In plaats daarvan zou hij naar een Joodse school moeten. In Utrecht werd deze opgericht in Ondiep. Izaäk Philip komt niet voor in de administratie van deze school. Het lijkt erop dat hij vanaf september 1941 niet meer naar school is gegaan.

Joden werden gedwongen om hun landbouwgrondbezittingen aan te geven. Na aangifte moesten de percelen voor 1 september 1941 worden verkocht aan niet-joden en voor 1 januari 1942 worden overgedragen. David Hartog verloor zijn grond in Andijk. 

Vanaf 3 mei 1942 moesten David Hartog, Betje en Izaäk Philip - net als alle Joden in Nederland - de Jodenster dragen. 

De zaak Tubor-Tubca-Utrecht werd op last van de Duitse bezetter als ‘Joods bezit’ in beslag genomen en door het Rijkstextielbureau in Den Haag geliquideerd.

David Hartog werd gedwongen om de goederenvoorraden te verkopen. Meteen daarna, in juni 1942 dook David Hartog met zijn gezin onder in Driebergen. 

De meubels van het gezin werden ingepikt door de Duitse Wehrmacht. Ook familieleden van David Hartog en Betje doken onder, niet allemaal met een gelukkige afloop.

Politie-archief Amsterdam, 16 juni 1943, 16.30 uur

Precies een jaar lang zat het gezin ondergedoken. Op 16 juni 1943 werden zij in Driebergen gearresteerd en overgebracht naar Amsterdam. Binnen twee weken werden zij via Westerbork gedeporteerd naar Sobibor, waar zij direct na aankomst werden vergast op 2 juli 1943.

David Hartog Blok bereikte de leeftijd van 53 jaar.
Betje Blok-Witmond bereikte de leeftijd van 52 jaar.
Izaäk Philip Blok bereikte de leeftijd van 16 jaar.

Moge hun zielen gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven.
  

1 december 1969, De Telegraaf