Jim Terlingen - Het hoogtepunt van de vele zwoele zomeravonden in onze mooie stad beleef ik sinds jaar en dag al wandelend langs de Nieuwegracht. Ter hoogte van de Oude Hortus spits ik dan mijn oren. Als ik uit deze historische tuin achter het Universiteitsmuseum hoge, monotone piepjes hoor, word ik altijd een beetje gelukkig. Dan zijn ze er weer.

'Ze' staat voor bijzondere kikkers, vroedmeesterpadden. Deze kleine beestjes, die aangemerkt staan als een beschermd diersoort, zijn daar ooit uitgezet. Dat ze daar goed gedijen in de tuin is deze maanden 's avonds te horen.

De mannetjes hebben een waanzinnig apart lokgeluid. Het lijkt op een korte fluittoon, die om de paar seconden wordt herhaald. Het is net alsof in de tuin een computerspelletje wordt gedaan of wat poëtischer: een groep 'zingende' vroedmeesterpad-mannetjes geeft een klokkenspelconcert.

In Utrecht zijn er bij mijn weten, in tegenstelling tot het klokkenspel van de Domtoren, nog geen klachten over deze beestjes. In Amersfoort was dat enkele jaren geleden wel anders. Daar klaagden bewoners over een verstoorde nachtrust door de massale lokroep aldaar.

Even googlen levert nog wat bijzondere verhalen op. Want wat deze beestjes bijzonder maakt, is dat het de enige paddensoort in Nederland is, waarvan de paring en het leggen van de eieren op het land plaatsvindt. Het vrouwtje 'baart' de eieren, terwijl het mannetje op de rug van het vrouwtje zit. Hij 'perst' ze eruit als een volleerd 'vroedmeester'. Het mannetje wikkelt de eierstreng om zijn achterpoten en houdt ze bij zich. Pas als het bijna zover is, brengt het mannetje de eieren naar een poel, waar ze uitkomen.

Kijk, dat zijn nog eens mooie details van een uniek natuurverschijnsel in de binnenstad van Utrecht.