Raymond Taams - Voortaan schrijf ik mijn stukken vanuit het perspectief van de alleenheerser, zodat u weet: als wij deze man alleenheerser maken, gebeurt dit en dat. Vandaag zet ik graag uiteen hoe ik als alleenheerser over Europa met het Russisch-Oekraïense conflict omspring, hoe ik, pendelend tussen mijn paleizen te Parijs en Berlijn, de heer Poetin zou temmen. 

Ja, u leest het goed, vanuit de Franse en Duitse hoofdsteden regeer ik, in Nederland zet ik geen stap meer zodra ik Europees alleenheerser ben. Dit land wordt voor tachtig procent bevolkt door meelopers en angsthazen, van mij mag die hele laffe polder door de zee worden verzwolgen, met alle lauwe kutmuziek van Bløf en Guus Meeuwis erbij.

Maar goed, zover is het nog niet, voorlopig schrijf ik voor een Utrechtse website en moeten mijn stukken over Utrecht gaan. Utrechts alleenheerser dan, ook leuk, ik weet meteen iets dat ik onmiddellijk zou verbieden, namelijk grootschalige festivals die hun bezoekers horeca-technisch leegzuigen en de bewoners van de stad opzadelen met massief, breindodend gedreun. 

Ik heb werkelijk niets tegen festivals, sterker nog: ik organiseer ze zelf regelmatig, denk bijvoorbeeld aan het zogenaamde ‘Eindfeest’ dat ieder jaar in maart op onze kunstenaarsbroedplaats aan de Ravellaan plaatsvindt. Het ‘Eindfeest’ is kleinschalig: zo’n tweehonderd bezoekers luisteren op een vrolijk-rommelig terrein naar beginnende bands, een biertje kost weinig.

‘Daar heb je die kut-herrie weer’ zullen omwonenden van de Ravellaan heus wel eens denken. Dit valt naar mijn idee echter in het niet vergeleken bij de urenlange bas-salvo’s waarmee technofestivals de bewoner van Utrecht, die tijdens het weekend gewoon even wil rusten en reflecteren op de afgelopen week en op zijn leven in het algemeen, bestoken.

Maak mij alleenheerser in de Domstad, en ik bepaal welke muziek overlast mag veroorzaken. Bløf en Guus Meeuwis komen er trouwens ook nooit meer in.