Ed Knegtel - ’s Ochtends vond ik twee egeltjes op de bodem van het graf dat ik de dag ervoor op Tolsteeg gegraven had. Wij grafdelvers van de gemeente Utrecht graven altijd een dag van tevoren; je weet nooit wat de nieuwe dag brengt. Extreem weer, een spoedje, falende machinerie. 

Zo’n graf voorzien we van metalen platen – bekisting – die voorkomt dat in het zanderige Daelwijck en Tolsteeg en het meer kleiïge Kovelswade en Soestbergen de wanden inzakken. Vervolgens plaatsen we een kistlift of leggen we touwen klaar voor een meer ambachtelijke nederlating. Tot de uitvaart blijft het graf bekleed met een dekplaat. Wij graven een gat voor een ander…

De egeltjes moeten er ‘s nachts onder gescharreld zijn en beleefden een onaangename verrassing. Ik bevrijdde ze uit hun benarde positie en wenste ze nog een lang, mooi leven.

Het zette me aan het denken. Over het mooie werk dat ik mag doen, samen met een team van bijzondere mensen. Wij onderhouden troostrijke plekken, jong en oud groen (Soestbergen bestaat sinds 1830) en soms historische grafmonumenten.

De rituelen rondom uitvaarten verschillen sterk, maar de eindconclusie is voor iedereen dezelfde: ‘zand erover’ – of het nu om Chinese, Surinaamse, islamitische of oorspronkelijke Nederlanders gaat. Wij vervullen daarin slechts een bescheiden rol: het leveren van een kleine bijdrage aan een waardig afscheid. Behalve tijdens het laten dalen van de kist proberen wij zo onzichtbaar mogelijk te zijn. De uitvaartleider heeft de regie; het draait om de familie.

Ons werk vraagt zorgvuldigheid, compassie, rust en respect. Misschien zijn we daarom wel schatplichtig aan die egeltjes. Die staan bekend om hun behoedzame liefdesspel. Zó proberen wij ook ons werk te doen: in het besef dat ieder ondoordacht gebaar pijn kan doen.