FC Utrecht bestaat 1 juli 2020 vijftig jaar en begint zondag aan de vijftigste competitie in de eredivisie. Sportverslaggever Ton de Ruiter kijkt met een knipoog naar het heden in een wekelijkse rubriek terug op het woelige verleden. Vandaag over bijnamen.

Deel 26 

Rooie Bertus is de trainer de Lange staat in de spits, de schoolmeester leidt de verdediging en de Witte zwoegt op het middenveld, Okkie is de verzorger en Doc is de arts van de club. Mister FC Utrecht speelt zijn eerste wedstrijd.

Rooie Bertus is bij de start van de fusieclub de eerste hoofdtrainer. Loopt het niet naar wens dan vliegen de kopjes en schoteltjes door de kleedkamer. Houdt je hem een rode lap voor dan stuift hij er op af. Dat merkt ook de arbitrage. Arbiter Bart Ram geeft een strafschop aan Telstar. Ton Pronk en Co Adriaanse moeten Rooie Bertus (Bert Jacobs) tot bedaren brengen. Na afloop gaat het publiek verhaal halen bij de scheidsrechter. Vijf gewonden zijn het gevolg. Het huis van de arbiter wordt bewaakt. Jacobs wordt voor drie duels geschorst, een noviteit destijds. Twintig jaar later zegt hij: ,,Daar heb ik de emoties van supporters verkeerd ingeschat. Ze hebben het stadion bijna afgebroken door mijn toedoen.’’

Bert (De Rooie) Jacobs. Foto: FCUtrechtarchief

De Lange is Jan Groenendijk, de spits en de topscorer in het eerste seizoen. De schoolmeester is Ed van Stijn die met gymnastiekeraar Co Adriaanse de centrale defensie vormt. De Witte is Ries Coté, hij dankt zijn bijnaam aan zijn blonde haren. Jarenlang koestert hij als tereinkecht in het stadion de grassprieten waarop hij zondag voetbalt. Halverwege de dag gaat hij met de bal aan de slag op het trainingsveld dat hij eerder heeft gemaaid.

Okkie
is Martin Okhuijsen, landskampioen met DOS. De  spijkerharde verdediger wordt door de supporters toegezongen: ‘Okkie, Okkie, pak hem nog een keer’. Buiten het veld is het een rustige man die jaren als verzorger en vertrouwensman van de spelers in dienst is bij DOS en FC Utrecht. De Doc is clubarts Bram Querido.

Mister FC Utrecht is Leo van Veen. De eerste speelminuten krijgt hij als invaller tegen Excelsior in de negende wedstrijd van de competitie. Tegen Sparta op 26 februari 1984 speelt Van Veen zijn laatste wedstrijd voor FC Utrecht na 367 duels en 174 doelpunten, recordcijfers voor de eeuwigheid. 

Kent U Speedy nog. Hij speelt in 1984 in een ploeg met Chat, Manus, Jantje Beton, Jerommeke, de Vuurtoren en de Wijkagent.

Speedy is Johan van der Hooft, de man van de demarrages op links. Voor 175.000 gulden overgenomen van Helmond Sport, een Brabander tussen Utrechtse jongens van de straat. Chat is verdediger Ton Du Chatinier, Manus de bijnaam van back Herman Verrips.

Jantje Beton, ook wel Jerommeke is Jan Wouters. Hij wordt 10 november 1982 door bondscoach Kees Rijvers geselecteerd voor de interland tegen Frankrijk. Bij die keuze wordt naar het voorhoofd gewezen. De Utrechter staat bekend als een schopper, een verzamelaar van geel en rood. Als Johan Cruijff hem naar Ajax haalt speelt hij acht jaar lang vrijwel onafgebroken in Oranje. ‘Mister Elbow’ is de bijnaam die hij krijgt op 28 april 1993 als hij met een elleboogstoot het jukbeen knakt  van Engels international Paul Cascoigne.

De vuurtoren is
John van Loen, lang, kopsterk en balvast. De rossige voetballer is verantwoordelijk voor de eerste hoofdprijs in de geschiedenis van FC Utrecht. Zijn kopgoal in de bekerfinale tegen Helmond Sport in 1985 stelt de winst veilig. In 1988 stapt Van Loen voor 1 miljoen gulden over naar Roda JC. John van Loen gaat later van Roda naar Anderlecht. Een succes wordt het niet. De vuurtoren wordt een zuurstok en een lantaarnpaal met dank aan de Belgische verslaggevers Carl Huybrechts en Jan Wouters. Ze vinden de houterige verschijning in de punt van de aanval vooral een sta-in- de-weg.

De Vuurtoren (John van Loen) aan de bal in 1987. Foto: FCUtrechtarchief

De wijkagent is Ton de Kruijk. Hij speelt 11 seizoenen en 289 duels in de eredivisie in dienst van de FC en scoort 50 doelpunten, evenveel als Michael Mols, Dirk Kuyt en John van Loen. Hij scoort ook tegen Eintracht Frankfurt, Hamburger SV en Dynamo Kiev. Op zijn erelijst staan twee bekerfinales met FC Utrecht en interlands met het Nederlands politieteam. 

De jaren negentig zijn de Jaren van Smollie, van Koning Ab, het debuut van JP en de club contracteert rond de eeuwwisseling een razend populaire Indiaan.

Koning Ab is Ab Fafié. Met voorzitter Aalbers maakt de geboren Rotterdammer de afspraak dat zijn magere salaris wordt verdubbeld als de ploeg zich plaatst voor Europees voetballer. Van 4 november 1990 tot 24 maart 1991 verliest FC Utrecht niet. In stadion Galgenwaard blijft Fafié ongeslagen tot 22 december 1991. De belonging is een vierde plaats en Europees voetballer tegen Real Madrid.

Smollie is het koosnaampje van Wlodi Smolarek, een door Feyenoord afgedankte wereldvoetballer. De Pool is de buitenlander met de meeste duels voor FC Utrecht.

JP
zijn de initialen van Jean-Paul de Jong, icoon van de club, altijd strijdvaardig.

De Indiaan is Stijn Vreven. Niet de held van de voetballiefhebber die van verfijnde hoogstandjes houdt maar wel van de supporters die ijver en strijd honoreren. De Belg speelt voor Diepenbeek, Sint Truiden, KV Mechelen en AA Gent. Van die club komt Vreven in 1999 naar FC Utrecht en groeit uit tot een cultheld. Geliefd vanwege zijn tomeloze inzet, bijzonder vanwege zijn lange haren. Voetbal op het randje van het toelaatbare is zijn wapen. Vreven is fan van Geronimo, het opperhoofd van de Apache-stam. In 1886 zijn 5000 man nodig om 36 indianen onder zijn leiding tot overgave te dwingen. Strijders met een hart en zo voetbalt de Belg.

Stijn, De Indiaan, Vreven.