Door Jim Terlingen

Vanmiddag werd voor Beverstraat 49, het huis waarin hij woonde, een struikelsteen geplaatst voor Utrechter Jan Kok (1883-1945). Het was tevens de plek waar hij op de avond van 4 mei werd doodgeschoten.

In een toespraak stond kleinzoon Daniël Kok stil bij het leven en de tragische dood van Jan Kok (hieronder leest u hier meer over). Ook historisch onderzoeker Victor Frederik sprak. De Joodse School in Utrecht, het onderzoeksonderwerp van Frederik, werd ondergebracht in het gebouw waar Kok op dat moment schoolhoofd was.

Daniël Kok (links) tijdens zijn toespraak (foto: JT)

Koks naam komt ook voor op het NS-monument bij het Moreelsepark én op het monument op fort De Bilt. Dat laatste is eigenlijk onterecht, aangezien hij daar niet is gefusilleerd (zie dit Nieuws030-artikel uit 2022).

Achtergrond
Op de website van de Oorlogsgravenstichting staat een mooi stuk van Piet Kralt dat hij schreef na een interview met kleinzoon Daniël Kok. Met toestemming van de Oorlogsgravenstichting en de schrijver mogen wij dat hier overnemen:
 

Nooit zullen we weten wat Jan Kok dacht toen op de avond van de 4e mei 1945 het bericht van de Duitse capitulatie kwam. Hoe hij uiteindelijk op de afgelopen vijf jaar van de oorlog terugkeek, weten we evenmin. Hij kon zich daar nooit meer over uitlaten, want hij stierf op de avond van die 4e mei. Voor hem geen Bevrijdingsdag. Hij werd vermoord door een Duitse soldaat, die de pest in had omdat de Duitsers de oorlog dan toch verloren hadden. Of die hem had leren kennen als ‘deutschfeindlich’ en bij het scheiden van de markt nog even kwam afrekenen. Hoe het ook zij, hij werd vermoord. Zijn oorlog duurde net te lang.

Moordpartijen door Duitse soldaten kwamen in de dagen na de capitulatie en de bevrijding vaker voor. Bekend is de wilde schietpartij bij de Groote Club in Amsterdam, die aan zeventien mensen het leven kostte en waarbij misschien wel honderd mensen gewond raakten. Ook in Utrecht en omgeving waren verschillende schietpartijen met dodelijke afloop. In vrijwel geen enkel geval zijn betrokkenen bij deze moordpartijen vervolgd.

Jan Kok

Voor Jan Kok en zijn gezin waren de oorlogsjaren niet gemakkelijk geweest. Tot 1940 had zijn leven een opgaande lijn gekend. Geboren als enige zoon van een glasblazer in Borger, Drenthe (op 11 juni 1883) had hij zich opgewerkt in het leven. Hoewel hij op zijn zeventiende al allebei zijn ouders kwijt was, had hij kunnen doorleren. Hij was onderwijzer geworden en had Drenthe verlaten. Via Meteren en Geldermalsen was hij in Utrecht terecht gekomen.

Daar was hij hoofdonderwijzer geworden aan een vooraanstaande lagere school. Sinds 1940 gaf hij ook les aan het opleidingsinstituut van de Nederlandse Spoorwegen. Als hoofdonderwijzer (in die tijd werd ook vaak de term bovenmeester gebruikt) had hij maatschappelijk aanzien, wat onder keer blijkt uit het feit dat hij secretaris was van een van de Utrechtse vrijmetselaarsloges. Vanuit zijn functie en zijn maatschappelijke contacten had hij een netwerk, dat hem later nog van pas zou komen.

Daniël Kok werd geboren in 1955 en heeft zijn opa uiteraard niet gekend. Dus als we vragen wat voor man zijn opa was moet hij putten uit andere bronnen dan zijn eigen ervaring.

“Mijn oudere nicht heeft hem als kind nog meegemaakt. Die vond dat hij streng en ook wel eigenwijs was. Van anderen hoorde ik dat hij principieel was. Maar hij was ook gelovig, lid van de Evangelisch Lutherse Kerk. In de oorlog werden er in zijn huis kerkdiensten gehouden. Hij was hartelijk en had gevoel voor humor. Hij was geheelonthouder en was hartstikke anti-Duits. Nog ver in de oorlog liet hij op zijn school het Wilhelmus zingen. En de portretten van de leden van de koninklijke familie, die voor de oorlog zo ongeveer in elke school hadden gehangen maar op last van de bezetter waren weggehaald, die bleven gewoon hangen.”

Dat kon natuurlijk niet onbestraft blijven. Kok werd op het matje geroepen op het gemeentehuis en op 22 mei 1942 ontslagen uit zijn functie van hoofdonderwijzer. Omdat bij die functie een ambtswoning hoorde, moest hij met gezin en al direct die woning uit. 

Anti-Duits was Jan Kok zeker en hij pleegde daadwerkelijk verzet. Zijn gedrag in zijn functie onderstreept dat. Hij zorgde er voor dat het archief van zijn vrijmetselaarsloge al vroeg in de oorlog verdween. Hij zorgde ook dat er illegale bladen werden verspreid. Berichten van Radio Oranje werden door hem doorgegeven. Dat waren allemaal activiteiten, waarmee je jezelf destijds in grote moeilijkheden kon brengen. Misschien heeft hij meer gedaan, maar dat weten we niet. Daar praatte je niet over en hij was er sowieso niet de man naar om dat aan de grote klok te hangen.

Bijzonder is ook dat op zijn school ook ruimte was gemaakt voor Joodse kinderen. De Utrechtse autoriteiten hadden alle Joodse kinderen die onderwijs plichtig waren samengebracht op een school en dat was (toevallig of niet) de school waar hij hoofdonderwijzer was. 

Na zijn ontslag was de economische grond onder zijn bestaan weggevallen, maar zijn netwerk liet hem niet in de steek. Hij trad bij de Nederlandse Spoorwegen (NS) in dienst als schrijver en vond andere woonruimte, maar dat het vergeleken met het verleden sappelen was, moge duidelijk zijn. Hij versomberde. Zijn vrouw maande hem altijd om vriendelijk te zijn tegen de mensen als hij de deur uit ging.

Maar nu was de oorlog voorbij. Misschien gingen zijn gedachten op de avond van die 4e mei 1945 wel die kant op. Dat zijn land aan een nieuwe toekomst kon beginnen. Dat hij zelf wellicht in zijn oude functie zou kunnen terugkomen. Dat hij met zijn vrouw een mooie oude dag zou kunnen hebben, zijn kinderen verder zou zien opgroeien. Wat hij ook dacht, die kogel van die rancuneuze Duitse soldaat maakte aan alle gedachten een einde.

“Mijn vader heeft nog geprobeerd om een dokter te vinden, wat in alle drukte en door Duitse tegenstand moeilijk lukte (de spertijd gold nog). Voor opa kwam alle hulp te laat. Hij wilde nog wat (nu eigenlijk niet meer) illegale bladen wegbrengen en her en der het nieuws van de capitulatie doorgeven. Dat zou er nooit meer van komen.” 

Voor zijn vrouw, zijn twee zoons en zijn dochter kwam zijn dood als een mokerslag. “Mijn vader heeft er zijn leven lang last van gehad, al praatte hij er nooit over”, vertelt kleinzoon Daniël Kok.

“Hij heeft mij zelfs nooit verteld wat er met zijn vader was gebeurd. Op een gegeven moment heeft mijn moeder het verteld. Ik had een goede vader, maar als de meidagen er aan kwamen, had hij het altijd moeilijk.

Ik ben mij in mijn grootvader gaan verdiepen omdat ik hem uit de anonimiteit wilde halen. Hij heeft een waardevol leven geleid, waarin hij goede keuzes heeft gemaakt. Zijn leven en zijn dood verdienen respect. Daarom vertel ik nu zijn verhaal. Daarom ook ben ik blij dat er voor hem een Stolperstein wordt geplaatst. Voor een man die een waardevol leven leidde en die met ere mag worden herdacht. Voor onze opa.”
 

Vandaag
Tijdens de struikelsteenplaatsing las kleinzoon Daniël ook een brief voor die zijn oma, de weduwe van Jan Kok, schreef aan verzetsman Henk Das, toen voorzitter van de Stichting '40-'45. Zie onderaan de pagina onze video.

Ook konden de aanwezigen zien wat koningin Wilhelmina aan haar schreef: