Na dochter Fien heeft ook Johanna struikelsteen in Schoutenstraat
Gepubliceerd: zondag 20 september 2026 13:35
Door Jim Terlingen - Zestien jaar nadat in 2010 voor Schoutenstraat 12 de allereerste struikelsteen van Utrecht werd gelegd, voor Josephina ‘Fien’ Joosten-Groen (1908-1942), heeft nu ook haar moeder een steen.
Vandaag werd voor het voormalige huis en de winkel van de familie Groen een stolperstein geplaatst voor Johanna Groen-Sanders (1878–1943). Het messing plaatje op de steen vermeldt dat zij hier woonde, onderdook in het Sint Antoniusziekenhuis en daar op 29 januari 1943 overleed.

Johanna en haar man Abraham begonnen in 1914 een woninginrichtingszaak in de Schoutenstraat en woonden in het bovenhuis. In het joodse gezin groeiden vijf kinderen op. Vader Abraham overleed nog voor de oorlog.

Toen de Duitse bezetting begon, dook Fien niet onder. Zij had zware epilepsie en vond waarschijnlijk juist daardoor geen onderduikadres. Zij trouwde in september 1942 met Albert Joosten, die verlof had gekregen uit kamp Westerbork op voorwaarde dat hij na tien dagen met zijn vrouw terugkeerde. Via Westerbork werden Fien en Albert naar Auschwitz gedeporteerd, waar Fien op 12 oktober 1942 direct na aankomst werd vermoord. Albert kwam daar op 31 januari 1943 om.
Johanna, toen 64 jaar en hartpatiënte, bleef alleen achter in het grote huis. Bij elke vrachtauto in de straat vreesde ze dat ze zou worden opgehaald. Haar huisarts, dokter Koster, zorgde ervoor dat zij kon onderduiken in het Antonius-ziekenhuis. Daar overleed ze enkele maanden later, waarschijnlijk aan hartklachten door alle spanning en verdriet. Lange tijd was niet bekend dat zij was ondergedoken; nu dat wel vaststaat, is ook zij erkend als oorlogsslachtoffer.
Stolpersteine zijn een initiatief van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Inmiddels liggen er in Europa meer dan honderdduizend, in Utrecht voor ongeveer driehonderd inwoners.
Bij de plaatsing vandaag voor Schoutenstraat 12, waarbij veel nazaten aanwezig waren, hield kleindochter Toos Groen een toespraak. Twee achterachterkleinkinderen legden de steen en Yvet Anna zong prachtig het jiddische lied Mayn Rueplats, begeleid door Maria Hoenderdos.


Dit was de toespraak van Toos:
In dit huis woonden Abraham en Johanna Groen. Zij hadden hier een meubelwinkel en woonden in het bovenhuis. Ze hadden vijf kinderen: de dochters Nettie, Fien (voluit Josephina), Mary, Ans en hun zoon Is. Abraham overleed in 1937 aan een longziekte.
Familie Groen was Joods. Nadat in 1940 de Tweede Wereldoorlog was begonnen, werden Joodse mensen naar concentratiekampen in Duitsland gestuurd, waar de meesten van hen vermoord werden. Sommigen konden zich verstoppen door onder te duiken.
Mary en Ans waren allebei met een Joodse man getrouwd, zij zijn apart van hun kinderen ondergedoken. Ook Is moest onderduiken. Nettie was met een niet-Joodse man getrouwd, die moest met een gele ster op haar kleren lopen maar mocht in Nederland blijven. Maar Fien had zware epilepsie en kon waarschijnlijk daardoor geen onderduikadres vinden. Zij woonde in 1942 nog met haar moeder Johanna in de Schoutenstraat.
Fien had op de bruiloft van een van haar zussen Albert Joosten leren kennen en was verliefd geworden. Albert is in de zomer van 1942 met zijn hele familie door de Duitsers opgepakt en naar het doorgangskamp Westerbork gestuurd. Hij kon verlof krijgen uit Westerbork om te gaan trouwen, is naar Utrecht gekomen en op 2 september 1942 met Fien getrouwd.
Na tien dagen zijn ze samen naar kamp Westerbork vertrokken. Op 9 oktober 1942 zijn ze met zijn familie op de trein naar concentratiekamp Auschwitz gezet. Fien is daar direct na aankomst vermoord, op 12 oktober 1942, Albert op 31 januari 1943.

Toen Fien naar Auschwitz gestuurd was, woonde Johanna nog alleen in het huis. Haar huisarts heeft er toen voor gezorgd dat zij kon onderduiken in het Sint Antoniusziekenhuis. Daar is zij op 29 januari 1943 overleden, waarschijnlijk aan hartklachten als gevolg van alle spanningen en verdriet.
In 2010 hebben kleinkinderen van Abraham en Johanna al een stolperstein voor Fien laten plaatsen. Dat was de allereerste in Utrecht. Omdat Johanna ook een oorlogsslachtoffer was, is er nu voor haar ook een stolperstein gemaakt.
Ook al is zij daar overleden, Johanna had geluk dat zij in het ziekenhuis kon onderduiken. Anders was zij zeker ook in Auschwitz vermoord. Als het oorlog is en bij andere rampen is medische zorg voor veel mensen van levensbelang. Helaas worden zorgverleners vaak ook slachtoffer van geweld.
Veel Joodse mensen die de oorlog hebben overleefd, zijn daarna naar Israël verhuisd in de hoop dat ze daar veilig waren. Israël is sindsdien herhaaldelijk in oorlog geweest met de Palestijnse bevolking van het gebied.
Sinds oktober 2023 heeft Israël systematisch Palestijnse ziekenhuizen gebombardeerd en ziekenhuisapparatuur vernietigd. Minstens 94 procent van de ziekenhuizen in de Gazastrook is beschadigd of verwoest. Daarnaast heeft Israël meer dan 1.700 artsen en andere zorgprofessionals gedood. Ongeveer 95 Palestijnse zorgverleners zitten in Israël in de gevangenis.
Helaas worden slachtoffers van geweld en hun nazaten soms ook daders. Micha Keizer, een achterkleinzoon van Johanna, werkt voor Artsen zonder Grenzen in Bangladesh in het grootste vluchtelingenkamp ter wereld. Micha schreef me: “De lessen over genocide blijven ook van toepassing wanneer het de Joodse staat betreft: dat we 80 jaar geleden de slachtoffers waren, betekent niet dat we nu zonder gevolgen de daders kunnen zijn.”
Ik heb voor jullie wat informatie meegebracht over Artsen zonder Grenzen en over Stichting Kifaia, die de Palestinian Medical Relief Society in Gaza financieel ondersteunt.
PS1. De QR-code op de derde steen gaat naar deze pagina
PS2. Hier mijn eerdere verslagen van struikelsteenplaatsingen in Utrecht
PS3. De website van stichting Stolpersteine Utrecht