Wielaert - 50 Jaar Utrecht (9)
Gepubliceerd: zaterdag 25 oktober 2025 07:00
In de nazomer van 1975 begon Jeroen Wielaert in Utrecht aan de studie Nederlands. Het was het begin van een halve eeuw wonen en leven in de stad. Er is in vijf decennia veel gebeurd, persoonlijk en stedelijk, vol ups en downs. Een terugblik in tien delen, wekelijks op Nieuws030.
Deel 9: 2015-2019
De Tourstart in Utrecht was op zaterdag 4 juli, maar hij duurde het hele voorjaar van 2015. Er was voor iedereen veel om voor te bereiden. Paul Feld en Rob van Doggenaar waren de coördinatoren voor het culturele bijprogramma. Ze zaten in een zaal in het voormalige Stadhuis aan de Ganzenmarkt, ook het hoofdkwartier van de Utrechtse organisatie, geleid door Martijn van Hulsteijn. Ik kwam regelmatig overleggen, ook over een eigen project van de Stichting Tour sous le Dom: het Hôtel Héroique, een tentoonstelling in het oude postkantoor op de Neude.
Op donderdag 26 maart 2015 begint het aanloopprogramma van 100 dagen. 's Avonds is er een geweldige lichtshow met projecties op het nieuwe stadskantoor. Bij de borrel voor de speciale genodigden tref ik Philippe Sudres, de perschef van de Tour die ik al ken sinds 1987. Hij weet dat ik geen verslag meer mag doen voor de NOS en daar vindt hij wat van.
Philippe zegt: 'Als ik iemand in huis heb die er in slaagt om de Tour in eigen stad te krijgen, ben ik trots en vertel ik het de hele wereld. Zo niet, dan zijn het zakken.'
Het is een rake observatie uit Parijs. Goed om daarna te proosten op een vreugdevol voorjaar in Utrecht. Dat wordt het, hoogst intensief. Ongekend, wat zich ontplooit aan creativiteit in en om de stad.

De culturele sector heeft veel gemopperd over al het geld dat de Tour opslurpt. Nu kunnen ze geld krijgen voor culturele Tour projecten. Tourol neemt een uitgesproken Utrechts karakter aan, van hoog tot laag, iedereen doet enthousiast mee. Het programma voor de honderd dagen is overvol. Ik kan niet overal bij zijn. Mijn omroepwerk gaat ook door. Leuke extra klus is een serie televisieopnamen voor RTV Utrecht, over Tourplekken in de stad. Per zaterdag nemen we er drie op. Het wordt veel fietsen op mijn stadsbarrel.
In mei komt collega Philippe Brunel van L'Équipe uit Parijs naar Utrecht voor een verhaal over hoe de Tour naar de stad kwam. Ik neem hem en zijn vriendin mee naar Le Canard. Wandelend over de Oudegracht is hij enthousiast over de gracht en de winkels. Hij schrikt wel van de vele fietsers die langs snellen. 'Het zijn insecten!' roept hij uit. Een Parijzenaar in Utrecht, geconfronteerd met het feit dat het geliefde vehikel ook een plaag is.

Hotel Héroique is een ode aan het nomadische bestaan van de Tour. Er is geld om Jelleke Meijer en Katia Lucas van Decodel de inrichting te laten doen van een aantal hotelkamers in het Neude-postkantoor, elk typerend voor een bepaald Tour-tijdperk. John, broer van Loes heeft prachtige portretten gemaakt van Fausto Coppi, Louison Bobet, Jacques Anquetil en Bernard Hinault. Ed Koenders, Ronald Sohier en Jackie Sleper dragen ook sterk werk bij. Nederlandse beste fotografen leveren hun mooiste Tourfoto's aan.
Wij hebben Didi de Tourteufel laten komen, de duivel zelf, in Utrecht. Hij krijgt er ook een passend bedrag voor. Utrechters zijn stomverbaasd om hem in het echt langs te zien lopen. De opening van het Hotel wordt verricht door een goede bekende, Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum. Christian Prudhomme komt kijken op de woensdagmorgen voor de Tourstart en wordt toegezongen door de meiden van Zazi.


Ruim een week voor de aankomst van de Tour gebeurt nog iets anders, iets heel bijzonders. Er komt een ongekende zomerse zindering in de stad te hangen. Er is nog geen renner te bekennen, maar extra veel vaderlanders komen bekijken wat voor een stad Utrecht toch is. Het is drukker dan normaal. De stad is als onbekende parel in buitenlandse kranten gekomen.
Dan komt de Tour echt binnen. De donderdagse ploegenpresentatie op het Lepelenburg wordt hilarisch, in een uitpuilend park. De renners feesten mee in schommelende sloepen bij het aanvaren in de Singel. Herman van der Zandt presenteert soepel. Kraftwerk is uit Duitsland gekomen om in TivoliVredenburg een paar avonden hun muziek over de Tour te spelen.

Zaterdag 4 juli wordt extra historisch door de weersomstandigheden: proloog in historische hitte. Het is geheel anders dan de regenbuien in Den Bosch, 1996 en Rotterdam, 2010. Tienduizenden oudere liefhebbers blijven liever thuis, dan bij deze temperaturen naar Utrecht te reizen. Ruim vierhonderdduizend man zijn er wel en zorgen voor orkanen van gejuich.
'C'est la Folie,' zegt Christian Prudhomme. De Gekte.

Op zondag is het veel aangenamer. Ik krijg tranen in mijn ogen bij het zien van het grote koor dat opgesteld staat langs de Catharijnesingel. Loes zit naast me in de Citroën DS 5, achterin geniet het bevriende echtpaar Willem en Georgine mee. Het topmoment komt: de passage onder de Domtoren door, waar een enorme meute klaar staat. Zo is het ook op de Maliebaan. Ik had graag het gezicht van Maarten van Rossem willen zien, de hardnekkige tegenstander van de Tour.

Prudhomme zal nog jaren vertellen dat Utrecht het langst van alle kandidaatssteden in de geschiedenis heeft volgehouden om de ronde te krijgen, met de toevoeging: 'Er waren drie burgemeesters bij betrokken en twee Tourdirecteuren. Ongelofelijk.'
In Hilversum zijn ze intussen bezig gegaan met ingrijpende reorganisaties voor 2016. Er wordt een nieuw middagprogramma voorzien op Radio 1, een samenwerking van NOS en NTR met meer aandacht voor cultuur en verdieping. Daar geloof ik erg in. Eerst maar eens uitblazen op vakantie in Spanje, onze ronde langs grote steden rond Madrid.
Bij terugkeer komt meer duidelijkheid in Hilversum. Ik bel uitvoerig met Carel Kuyl van de NTR. Hij begrijpt mijn ambities voor cultuur, maar zegt dat de roosters leidend zijn. Het is voorbij met mijn autonomie. Vanaf 2016 moet ik ook naar rechtszittingen. Het is leuk om plaats te nemen naast Saskia Belleman, maar het is niet mijn theater.
1 april 2016 word ik 60. Reden om een groot feest te geven in en om het café in de voormalige gevangenis aan het Wolvenplein. Op mijn 50-ste was de viering in het toenmalige theaterhuis van Growing Up in Public in fort Blauwkapel, met optredens van Eric Andersen, een band met Han Bavinck, Guus Willemse en Hans Boosman en literair vuur van Ronald Giphart, Ingmar Heytze en Ruben van Gogh. Nu wordt het een grootse Utrechtse vriendschapsviering. 60 is nog even het nieuwe 50.
In dat voorjaar is BijWie een aardig Utrechts lenteding. Het is een serie openbare zondagse praatshows over Utrechtse cultuur in het Gegeven Paard, beneden in TivoliVredenburg. Ik heb het opgezet met Vincent Bijlo. We nemen humoristisch improviserend de actualiteit door en gaan daarna in gesprek met gasten als cineast Jean van der Velde, Marco Grob van het Centraal Museum, Michael Stoker van het Literatuurfestival, Harm Lambers van Theater Kikker en kunstenaar Theo Mackaay. Het publieksaantal blijft beperkt tot rond de veertig, ook door het mooie weer.

In 2017 verschijnt Stad van zachte idioten, een bloemlezing van Utrechtse schrijvers en dichters, samengesteld door Ronald Giphart. De titel is ontleend aan een onvoltooide roman van de Utrechtse schrijver Cornelius Carolus Crone. Ik herken er iets in, ben deels ook zo'n softe dwaas.
Wat Utrecht zelf betreft valt de term 'tussenstad' als typering. Giphart betoogt al veel langer dat hij de stad aangenamer vindt dan de hoofdstad, met alle literaire poeha. Persoonlijk kan ik me daar wel in vinden, al kom ik al lang graag in Amsterdam voor allerlei plezierig werk. Dan vervaagt het onderscheid. Ik ben niet zo van 030 versus 020. Het ligt allemaal ook zo dichtbij elkaar, zij het met blijvende karakterverschillen.
Rond de Dam is het bluffen, onder de Dom het verademen. Toch zijn er in Utrecht steeds meer mensen die klagen over Amsterdamse drukte in de stad.
De Werkspoorkathedraal is een welkome uitbreiding in de Utrechtse cultuur. Geweldig hergebruik van een oude fabriekshal. Er vinden spectaculaire voorstellingen plaats. Vanaf ons balkon op de Draaiweg zie ik de veranderingen op het oude fabriekscomplex Zijdebalen. Het is een dans van kranen bij het bouwen van een nieuwe woonwijk.
In de herfst van 2017 komt er een eind aan een geliefd etablissement op het Vredenburg: Paradijs, het originele Chinese restaurant. Door de jaren heen was het een vertrouwd trefpunt voor een komend concert, of een zitting met vrienden. Op 21 november ga ik er voor het laatst aan tafel met een stel andere stamgasten. Het wordt een roerend afscheid van de fameuze obers.
Zelf gaan we verhuizen naar Park Welgelegen in Oog in Al. Ik noem het Paleis Soestdijk. De verbouwing van ons appartement vergt tijd. Daarom betrekken we tijdelijke behuizingen aan de Brigittenstraat en de Oudekamp – leuke manier om de binnenstad nog beter te leren kennen.

In april 2018 vraagt Peter Nijssen me om op een ochtend koffie te komen drinken in een zaak bij de Stadsschouwburg. Er is daar iets over de Tour te doen, donderdag 26 april. Het is een opzetje, geïnitieerd door René Verhulst, burgemeester van Ede, uitgevoerd samen met Loes.
Bij binnenkomst in het theaterhuis snap ik het. Er is familie van Loes, Merel ook. Dick Kamphuis zegt: 'Het heeft de majesteit behaagd...' Ik ben de laatste die door Jan van Zanen op het podium wordt genodigd. Hij speldt me het lintje op. Ik kan het niet weigeren. Ik kus Jan op zijn voorwoord. Als ridder bedank ik iedereen met wie ik het samen heb gedaan. Er arriveert een forse bos bloemen van de hoofdredactie in Hilversum, dat dan weer wel. Ik moet hier ridderlijk in zijn.

Aan het eind van 2018 zie ik Van Zanen weer, deze keer met koning Willem-Alexander. Het is voor de opening van een expositie in het Centraal Museum waar lang aan is gewerkt: Utrecht, Caravaggio en Europa – een van de grootste tentoonstellingen sinds jaren. Er is een groot doek van de oude Italiaanse meester gekomen. Verder gaat het vooral over de Utrechtse schilders die hem sterk hebben nagevolgd, ook door reizen naar Italië, rond 1600: grote mannen als Hendrick ter Brugghen, Gerard van Honthorst en Dirck van Baburen. Fascinerend stel was dat. Ik kom erachter dat ze ook een tijdlang woonden en werkten in een verdwenen steeg pal aan de Oudegracht, bij het Stadhuis, de Snippevlucht.
We wonen nu aan de Leidseweg, Oog in Al. Eens te meer ervaar ik dat Utrecht duidelijk gedeeld wordt door het spoor. Het is nogal een transitie, uit het drukkere stadsdeel naar een voormalig ouderencomplex in een kalme wijk. Er is een leuke nieuwe stamtent aan de Händelstraat: Smoesjes. Op zondagmiddagen is het even verderop genieten van livemuziek in Kanaalzicht – coole coverbands.
Op 16 februari 2019 begint in het Stedelijk Museum Schiedam de tentoonstelling Manzoni in Holland. De revolutionaire Italiaan maakte in de vroege jaren zestig furore met het inblikken van zijn eigen poep, beschilderde lichamen en liet mensen op sokkels staan. Dat laatste doe ik ook even in Schiedam. Daarna wordt mijn voetstuk in Hilversum definitief omver gehaald. Bij terugkeer uit Schiedam zegt een chef: 'Jouw culturele bijdragen zijn niet meer nodig'. De gotspe.
Het leven gaat door, met heftig nieuws. Op maandagmorgen 18 maart 2019 hoor ik thuis om 11 uur een bericht over een aanslag op een tram in Utrecht. Het gaat gepaard met het geronk van een helikopter boven ons wooncomplex. Een schok. Het gebeurt voor de deur!
Ik sta niet op het rooster, bel met Hilversum of er al iemand onderweg is. Dat is dan nog niet het geval. Binnen vijf minuten ben ik ter plekke. Met een zogenaamde Luci-verbinding op mijn mobiel kan ik live in de uitzending bij Sven Kockelmann, wiens stem al op terreurlaagte is gekomen. Het wordt een beschrijving van een wagenpark aan ambulances bij stilstaande trams, waarin mannen met witte pakken bezig zijn. Er gebeurt verder niets. Er hangt een onwezenlijke stilte. Het onheil is al geschied.

Ik verplaats me naar een andere positie op het 24 Oktoberplein, tussen inmiddels gearriveerde collega's, waaronder Lidwien Gevers. Dan zie ik onder de voorste tram in de bocht een wit laken waar twee voeten uit steken. Ik beschrijf dat live. Een politiewoordvoerder wil het niet bevestigen, terwijl het duidelijk zichtbaar is. Zo staan we er nog een tijd. Nu komt zelfs Richard Quest opdagen die in Amsterdam was voor CNN-opnamen. We bekijken het zo nog een tijd, zien de trams zonder verder veel schade.
Ik krijg mijn twijfels. 'Zo ziet terreur er niet uit,' zeg ik eerst tegen Lidwien en daarna in de uitzending.
In Hilversum willen ze dat ik naar de moskee aan de Vleutenseweg ga. Het is niet ver met mijn stadsbarrel. Aan de deur van het Islamitisch gebedshuis hangt een melding dat het 'wegens omstandigheden' gesloten is. De naam van de dader gaat al rond, Gökmen T. Bij de moskee zijn direct Turkse mannen te vinden die hem kennen. Een moeilijke jongen, maar geen terrorist, zeggen ze. Goed gegeven voor een nieuw bijdrage. In Hilversum blijven ze liever nog terughoudend over dat terrorisme.
Mijn werk zit erop. Ik fiets nog even naar Orloff. Daar wordt me duidelijk hoe huiveringwekkend stil het in de stad is geweest. Een paar klanten hebben er urenlang opgesloten gezeten met het personeel.
In de dagen daarna hopen de bloemen zich op bij het plein. Er zijn midweekse gemeenteraadsverkiezingen. In een school in Kanaleneiland spreek ik jonge vrouwen met hoofddoeken. In vlekkeloos Nederlands zeggen ze dat ze zwaar de smoor inhebben. Het ging net zo goed in Kanaleneiland, maakt die rotzak er weer een zooitje van. Eind van de week, vlak voor de aangekondigde grote stille tocht, volgt een spontane indrukwekkende tocht van Islamitische gebedsvoorgangers. Ik versla het met ingehouden ontroering.

Emotioneel ben ik al genoeg. Het culturele radiowerk van vele jaren is nu dus afgeschaald tot nul. Ik ben wel klaar met dit regime. Het is duidelijk, geef ik toe: ik ben te eigenzinnig, wars van chefs en roosters. Het is rond mijn 63-ste, een paar jaar voor pensioen. Met mij wordt een hele lichting goede radiocollega's eruit gewerkt. Het wordt een pijnlijke identiteitskwestie. Enfin, ik heb het andere collega's zien overkomen. Alles is mateloos relatief.
Het gaat gepaard met de voltooiing van mijn roman Oorlogsvrede, een uitgave van de Arbeiderspers, met Peter Nijssen als redacteur. Ik ben eraan begonnen in 2014, toen er nog niets speelde. Het wordt vol bij de presentatie in de foyer van het Louis Hartlooper Complex, halverwege mei 2019.

In die periode ontmoet ik Jeroen van Merwijk bij een opening in een galerie op de Oudegracht. De Utrechtse cabaretier zegt zich af te vragen wat het toch is met die mannen van boven de zestig die zich overtollig beginnen te voelen. Tijdens de Tour ga ik langs bij Jeroen en zijn Jeanette in Sainte Juliette, een dorp op een dik uur rijden van Toulouse. We hebben het geen moment over de ronde, maar des te meer over kunst, heel geanimeerd. Passie!
En de stad groeit verder. Dat zie ik herhaaldelijk, juist door Utrecht te verlaten bij het oprijden van de A2. Er verrijzen steeds meer hoge gebouwen bij en boven de tunnel. Het is ook goed te zien op wandelingen langs het Amsterdam Rijnkanaal. Leidsche Rijn rukt op richting de oudere stad, het is alsof ze fysiek contact beginnen te maken, waar lange tijd een grote mentale afstand heeft bestaan. In het stationsgebied wordt steeds meer grond rijp gemaakt voor inbreiding met nieuwe flats. Utrecht, uitgroeiend tot een soort metropool in het midden des lands.
Dit alles is prima stof voor een podcastreeks voor RTV Utrecht. Het wordt aan het eind van het jaar een door de NOS betaalde afsluiting van mijn radioloopbaan. Pinkpop en Oerol waren in juni 2019 mijn laatste reportages voor NOS-Radio 1.
In het najaar wordt het leuk werken aan de reeks Van Stadsie naar Stad. Ten eerste ga ik met gids Frank Kaiser naar beneden in DOMunder en daarna met Kees Wennekendonk praten over de Oudegracht – aflevering 1 over de roots van de stad. Met Koos Marsman kom ik bij een stationsbouwput te staan.

Yet van den Bergh zit in haar sportkantine in Overvecht en vertelt kostelijk over haar prachtperiode als verkeerswethouder voor Leefbaar Utrecht, toen de Domstad in Den Haag nog als 'achterlijk broertje' werd gezien. Met Wouter de Heus wordt het uitgebreid rijden door Leidsche Rijn. Victor Everhardt gaat vertrekken als wethouder, maar wil graag wandelen in het Stationsgebied waar veel nieuw wordt ontwikkeld. Jan van Zanen is nog burgemeester van Utrecht. Hoog in het stadskantoor wil hij niets weten van de term 'metropool'. Hij benadrukt liever dat Utrecht in alle expansie zijn stadshart behouden heeft. Het is mooi om lange verhalen te kunnen maken.
Los van de omroep komt er ruimte om podcasts te produceren voor andere partijen, zoals het Centraal Museum. Met een reeks over de expositie Dromen in Beton blijf ik dicht bij de stadsontwikkeling, maar dan zo'n zes decennia eerder: de planning en realisatie van Kanaleneiland en Hoog Catharijne. Hierin is vooral stadshistoricus en conservator René de Kam een welbespraakte kenner.
Lopen we door het vernieuwde HC, worden we gestopt door een veiligheidsfunctionaris. 'Heeft u toestemming voor opnamen?' Nee. We zijn hier voor een mooi portret van dit centrum.' 'Dit moet ik even bespreken.' Er begint omstandig mobiel verkeer. Alles komt in de podcast. Bart Rutten heeft er veel plezier over als artistiek directeur van het Centraal Museum.
Alle afleveringen van '50 jaar Utrecht':