Wielaert - 50 Jaar Utrecht (2)
Gepubliceerd: zaterdag 6 september 2025 07:00
In de nazomer van 1975 begon Jeroen Wielaert in Utrecht aan de studie Nederlands. Het was het begin van een halve eeuw wonen en leven in de stad. Er is in vijf decennia veel gebeurd, persoonlijk en stedelijk, vol ups en downs. Een terugblik in tien delen, wekelijks op Nieuws030.
Deel 2: 1980-1984
Het gevoel van richting was verdwenen. Ik stopte met studeren, ondanks de nadrukkelijke aansporingen van mijn omgeving om door te gaan. Later zal ik het anders gaan framen: de studie is met mij gestopt. Ik was gewoon geen goede student, veel te gretig om verslaggever te zijn, maar de weekendverslaggeving hield ook op, met het verlies aan moraal. Hoe nu verder in Utrecht, 23 jaar oud en vol levensvragen?
Helemaal stil zitten lag niet in mijn aard. Er was nog genoeg te doen in de Utrechtse scene. Al heerste er een algemeen gevoel van doelloosheid, samengevat in de kreet 'No Future!' Punk ontaardde in steekpartijen, er vielen doden in Utrecht. Tivoli Tijdelijk koos voor een nieuwe bezettingsactie in de kleine zaal van het Muziekcentrum. Burgemeester Vonhoff greep persoonlijk in. Hij liet de zaalverwarming op zijn hoogst zetten. Het werd de actievoerders letterlijk te heet en ze verlieten de zaal. Vonhoff zei tevreden: 'What comes up, must come down.'
Ik heb me gemeld bij Randstad. Er moet toch geld verdiend worden, na maanden van barre bijstand. 8 december 1980 wordt een onvergetelijke eerste werkdag. Na sorteerarbeid in een of ander magazijn zak ik neer in de Zaak en hoor daar dat John Lennon is vermoord in New York. Ik hád al zo'n goede stemming.
Mijn vrienden zijn blijven studeren en ik blijf in hun kringen. Op het IBB is het nog wel leuk, boven bij muziekmakker Maurits Groenenberg, tevens actief bij de jeugd van de PvdA. In het voorjaar van 1981 ontmoet ik in op een zwoele zondagavond in De Zaak studente Nederlands Anna, stap met haar door in Wooloomooloo en beland bij haar in bed in het huisje in de Kraanstraat dat ze leent van Loes Luca, aankomend comedienne.
Anna gaat in de zomer met een vriendin op vakantie in Italië, ik onderneem een liftexpeditie naar Griekenland met Martijn Schroevers. Bij terugkeer is het nog een paar maanden leuk in een kraakpand op de Kraanstraat, maar de relatie gaat uit. Eigen schuld, nieuwe blues. Anna heeft me wel aan een nieuw adres geholpen: een paar kamers in een appartement op de achtste verdieping van de Androsdreef in Overvecht. Voor mij een volslagen andere kant van de stad. Het is niet het einde.

De kritische adolescentengeneratie verzamelt zich verder in een alternatieve kroeg aan de Biltstraat: café de Baas. Jonge journalisten als Cees Grimbergen en Dick van der Peijl komen er, als leden van een nieuw journalistencollectief. Er wordt intensief gesproken over een experiment voor lokale radio. Dat spreekt me zeer aan. Het is toch iets anders dan werken bij Douwe Egberts – ik was er in het koffie-verpakkings-wezen terecht gekomen aan het eind van de Vleutenseweg.
De lokale Utrechtse omroep gaat Kanaal 42 heten. Er is subsidie uit Den Haag van PvdA-minister André van der Louw. In de maanden durende aanloop werk ik intensief samen met Hennie de Jong, een leraar Engels die ook de techniek doet voor zijn vrienden van Klein Orkest. Hij is vaardig met Revox-bandopnemers.
Projectleiders van Kanaal 42 zijn twee journalisten van de VARA: Kor Al en Jan Reiff. Met Jan ga ik een keer naar de Hilversumse redactie van Dingen van de Dag. Daar zit ook een jonge redacteur, Robert Leenheers. De redactie en studio's van Kanaal 42 komen op een verdieping van het Audio Visueel Sentrum aan de Ganzenmarkt, boven theater Kikker. De signatuur is uitgesproken links.
In februari 1982 maak ik opnamen bij de tweede Nacht van de Poëzie in het Muziekcentrum. In de foyer wil Jules Deelder ook wel poseren voor een fotoportret bij een spiegel in de artiestenfoyer. De uitzendingen van Kanaal 42 gaan twee weken duren in het vorderende voorjaar.

Hectische opwindende tijd. Met een Uher-opnemer ga ik met Hennie op pad in Hoog Catharijne voor een documentaire van twee uur, tot in het Stiltecentrum toe. Voor de andere specials wordt Utrecht onderverdeeld in wijken, waar live-uitzendingen van twee uur vandaan komen.
Ik mag Overvecht en de Vogelenbuurt presenteren. Vriend Fred Wittenberg komt erbij voor een muziekprogramma. Het radio-experiment in zijn algemeen wordt door Ger Jochems beschreven in een verslag voor het NRC: het heeft 'een hoog lekkende-dakgoten-gehalte'. Zelf heb ik in een paar maanden tijd veel over radio geleerd, hard werkend terug gekeerd in de bijstand.
In de zomer van '82 assisteer ik Hennie een keer als roadie voor een nieuwe Utrechse vrouwenband: de Broads, met Heleen Schuttevaêr, Judith Fuldauer, Lut Mutsaers en Bep Zwerus. Het wordt boxen zeulen bij een dure party in een kasteel. Hennie krijgt nog iets anders te doen. Harry Jekkers heeft een zomerhit geschreven: O,O, Den Haag. Hij wil het niet zelf vertolken als zanger van Klein Orkest. In zijn plaats playbackt Hennie het lied met een geinig anagram van de bandnaam: Harry Klorkestein.
Ik ga steeds meer fotografen. Twee zomeravonden lang sta ik in de Rotterdamse kuip met een simpele Praktica-camera dicht voor het podium van de Rolling Stones. Met de in de donkere kamer van de AVS afgedrukte zwart-wit foto's van Mick en Keith ga ik in de Zaak aan een tafel zitten. Ze vallen andere bezoekers op. Ik verkoop ze direct. Een handelsidee is geboren. Ik fotografeer de Stones ook in Keulen. In een paar maanden tijd verkoop ik honderden Stones-foto's, in de Zaak, maar ook op straat in het hart van Amsterdam. Cashen met de Glimmer Twins.


In september '82 breekt de strijd los om het behoud van het bos in Amelisweerd, tegen de aanleg van een stuk snelweg erdoorheen. Actievoerders klimmen met touwladders in boomhutten. Ik probeer het ook, maar het lukt me niet. Op 24 september wordt de omgeving van het bos hermetisch afgezet door de politie. Met Dick van der Peijl ga ik op tijgersluipweg door de weilanden, in een poging om de komende ontruimingsactie te fotograferen. We worden door agenten tegengehouden. De Mobiele Eenheid haalt de bezetters uit de bomen.
's Avonds breken rellen uit op de Oudegracht. Er worden stenen gegooid naar oprukkende politieagenten. Bezwerend loopt iemand tegen de stenenregen in: advocaat Bernard Tomlow. Daags erna kan ik dichtbij het vermoorde bos komen om foto's te maken. Het is een macaber slagveld van gevallen stammen.
Voor journalistiek schrijfwerk keer ik terug in Veenendaal. Dagblad De Vallei wil me weer inschakelen voor de regionale sport en verslagen van politieke avonden. Zo komt het dat ik voor de rest van de aangesloten Wegenerbladen ook een reportage schrijf over Henk Westbroek als VARA-dj in Hilversum. De activiteiten zijn inmiddels uitgebreid met fotograferen en interviews maken voor het Amsterdamse popblad STIC. In Veenendaal is ook een satirisch tijdschrift opgericht: de Veense. Ik doe graag mee. In de redactie zit onder andere slijterszoon Jan Hoedeman, later journalist bij de Haagse Post, de Volkskrant en het Algemeen Dagblad.

Uit Overvecht wil ik snel weer weg. In de zomer van 1983 komt een zolder vrij in de Obrechtstraat, in een gemengd huis van studenten en studentikoos werkvolk zoals ik zelf. Het is niet ver lopen van Binnen Best, het oude café aan de Biltstraat. David Bowie is een nieuw foto-project. Het beeld dat ik maak ik Brussel, verkoop ik op twee achtereenvolgende dagen na de Kuip-concerten in Rotterdam. Er is ook Utrechtse klandizie.

Ik schrijf op een vacature bij de VPRO-radio, begin 1984. Uit vierduidend sollicitanten haal ik de laatste duizend – zo gaat het in die tijd. Op de late middag van dinsdag 7 februari 1984 vertel ik het in de Zaak aan een voormalige schoolgenoot uit Veenendaal: Gert Berg. Hij heeft zich opgewerkt tot hoofdredacteur van Veronica Nieuwsradio. Met een brede glimlach zegt hij: 'Je kunt komende vrijdag bij ons beginnen, voor twee dagen per week. Als je Veronica dan nog een kut-omroep vindt, donder je maar weer op.'
Vrijdag 10 februari keer ik van de Nieuwsradio-redactie uit Hilversum terug met een Nagra-bandopnemer die ik in het café van Kikker trots toon aan mijn lievelingsfotomodel Katja. Wat in mijn studententijd nooit lukte, gaat nu heel snel. Op aandringen van Gert Berg haal ik in Utrecht mijn rijbewijs.

In die tijd is het vaderlandse milieu een steeds grotere zorg, met bodenverontreiniging alom, tot in het Utrechste Griftpark toe. Dat brengt me dicht bij huis in de Donkerstraat, hartje Utrecht het hoofdkwartier van de Stichting Natuur & Milieu. Over cadmium in bierkratten gaat het en zure regen. Problematische onderwerpen, op eerste dinsdagen in de maand steevast opgewekt aangekondigd door Marijke Brunt. Ik krijg regelmatig milieuhoogleraar Lucas Reijnders voor mijn microfoon. Na een paar maanden komt het werk voor het nieuw opgerichte Cultureel Radio Magazine, met René Mioch als eindredacteur.
Het is gaan rollen, met Utrecht als vaste basis.
Alle afleveringen van '50 jaar Utrecht':