Jeroen Wielaert - Nóg steeds is er geen datum vast gesteld voor het Grote Spaanse weekend, maar als het goed is komt spoedig de bekendmaking voor de Vuelta 2020.

Het moeten onvergetelijke dagen worden in augustus, maar niet in die maand alleen. De feestelijke aanloop zal langer duren in Utrecht, ’s Hertogenbosch en Breda, de drie steden die fungeren als etappeplaatsen voor de Ronde van Spanje. Afgelopen vrijdagmiddag vond er in het ASR-gebouw aan de Archimedeslaan alvast een bijeenkomst plaats over het Activatieprogramma.

Goed om eerst weer eens de cijfers te zien: los van de etappeplaatsen trekt de Vuelta door 34 parcoursgemeenten en drie provincies, er worden rond de 500.000 kijkers verwacht, de begroting is 14,9 miljoen, verdeeld over 6,4 miljoen publiek geld, 6 miljoen privaat en 2,5 miljoen van het ministerie van VWS. Dat alles voor een evenement dat in het teken zal staan van belangrijke elementen als Plezier, Feest, Duurzaamheid, Vitaliteit en Gezond Stedelijk Leven. Daar is allemaal natuurlijk niets op tegen.

Olé, la Fietsta!

Het eerste wat ik dacht in de ruime vergaderzaal van de verzekeraars: als het maar niet zo héét wordt als de openingszaterdag van de Tour in 2015. Dat gaf zomaar een Provencaals karakter aan de proloog van die Utrechtse Grand Départ. Het verhoogde de temperatuur van de wonderbaarlijke rondgang, maar die graden celsius te veel weerhielden toch naar schatting 30.000 vooral oudere liefhebbers om de reis naar de Domstad te ondernemen.

In augustus 2020 zal het klimatologisch anders zijn, maar in ieder geval nog zomers genoeg. Een belangrijk verschil steekt in het feit dat het nog volop vakantietijd is. Utrechters genoeg die blij zijn dat ze aan de drukte van zo’n ronde kunnen ontsnappen. Tenzij verstokte plaatselijke wielerfans hun reis er op af stemmen, kan het zomaar zijn dat de straten van Utrecht meer bevolkt worden door mensen van buiten die de Vuelta juist zien als een leuk uitje naar Utrecht, om in de dagen erna te verkassen naar Brabant, om de start in Den Bosch te zien en daags erna de rondrit naar Breda. In elk geval is het weer een en al stadspromotie, ook al zijn er op dat punt Utrechters genoeg die vinden dat het wel mooi is geweest, om niet te  zeggen te véél.

Op de bijeenkomst van vrijdag bleek dat de projectorganisatie er nog niet uit is of het aanloopprogramma honderd dagen moet duren, of 84. Vast staat dat het moet beginnen in mei. Ik heb er het volste vertrouwen in dat het als met de Tour weer veel creativiteit zal losmaken. Een van de aardigste plannen die vrijdag werden geopperd was de zogenaamde Fiets Hubs, wisselende fietsactiviteiten door alle stadswijken heen.

Een forse opgave is het wel, vooral om het nog anders te doen dan in de aanloop naar de Tour. Het is bijna geen doen om het te overtreffen. Hier moet blijken hoeveel nieuwe uitvinders van het wiel er in de stad huizen. Het is hoe dan ook leuk om nog eens groots en herhaald uit te pakken, compleet met zo’n event als de Sint Maartens Optocht van alles wat maar ongemotoriseerd op wielen rond kan rijden.

De uitdaging zit volgens mij toch in het Spaanse accent. Wat mij betreft houdt dat niet het loslaten van stieren in de straten in. Ik denk meer aan de inspiratie voor nieuwe muurgedichten, wellicht met een vleug Cervantes, compleet met Spaanse windmolens langs de route. Voor de beeldende kunstenaars denk ik aan de Cicli Dalí, het ontwerpen van onmogelijke fietsen, met wielen als regendruppels. Ik zie ze al hangen in de straten, als onderdelen van die onvergetelijke Vuelta, vol feestelijk stedelijk leven.