Door Jeroen Wielaert - Met nog een week te gaan is er een run ontstaan op Chinees-Indisch restaurant Nieuw China. Na 50 jaar is zaterdag 31 januari de laatste dag. Het restaurant was het oudste van zijn soort in Utrecht.

Na de sluiting van Paradijs aan het Vredenburg in november 2017 komt nu ook het onvermijdelijke einde van het geliefde oosterse instituut op de Biltstraat. Reden genoeg voor mij om er de afgelopen tijd vrijwel wekelijks te gaan eten.

Nieuw China is voor velen verbonden met een studententijd van een halve eeuw geleden en dat bleef zo voor hen die daarna vaste inwoners van Utrecht werden. 1975 was mijn debuutjaar in Utrecht, ik kwam te wonen in de Minstraat. Op de Nachtegaalstraat was Chinees restaurant Koh Wah. In 1976 begon Nieuw China, even verderop. Het unieke was het Indische, naast het Chinese een exotisch smaakaccent extra. Het was het aandeel van de Indonesische echtgenote van meneer Phoeng die het al bestaande Chinees restaurant op de Biltstraat overnam.

In die tijd was 'naar de Chinees gaan' een favoriete gewoonte in heel Nederland. In Utrecht was er nog meer keuze, zoals Tai Soen, eethuis in Hoog Catharijne, vlak bij het Moreelsepark. Het is nog steeds open, anders dan die andere, reeds lang gesloten favoriet op de Oudegracht, de Chinese Muur, vol glimmende tijgerbeelden en andere oosterse ornamenten. Ook in Utrecht begon in de jaren tachtig de concurrentie van het Griekse eetwezen.

Een inkijk in Nieuw China. Foto: JW

Nieuw China was ook een goed afhaalrestaurant voor me, eenmaal woonachtig in Rijnsweerd. Zo is het ook altijd geweest voor liefhebbers uit de Utrechtse grachtengordel. Als ik de laatste tijd de naam liet vallen vanwege de aanstaande sluiting, hoorde ik toch van mensen uit de stad dat ze er nooit geweest waren – niet op de route, te ver van de eigen wijk.

De menukaart had een groot, gevarieerd aanbod, aangepast met nieuwe bereidingswijzen. Als gewoontedier heb ik tientallen malen Nasi Nieuw China besteld, met kip, twee stokjes saté en babi pangang. Ja, het was andere cuisine dan de meer authentieke Chinese van Paradijs. In groter gezelschap op de Bilstraat is de keuze meermalen gevallen op de Indische rijsttafel Pedis.

Zo was het afgelopen vrijdagavond ook, met zijn vijven aan tafel vanuit dat andere klassieke Biltstraat etablissement, Binnen-Best. Daar zat ik bij het raam naast de ingang, met Hein, Fred, Rita en René, voor het eerst in deze samenstelling, maar ouderwets gezellig, als de vergrijsde jeugd van toen.

Vanzelf kwamen de herinneringen los aan de beginjaren, gedeelde vroegere fasen, andere tijdssferen, volslagen verschillende actualiteiten, zoals nu, met de groteske ontwikkelingen rond Groenland, de beklemmende omwentelingen in de wereldorde.

Het leidde tot de breed gedeelde vaststelling dat Nieuw China altijd hetzelfde is gebleven, als knus eethuis waar de tijd stil leek te blijven staan, in een ook sterk veranderend Utrecht. Je ging erheen voor het smakelijke, betaalbare eten, maar toch ook om telkens weer iets van toen te smaken.

De tafels goed bezet. Foto: JW

Nog een week, dan is het voorbij. De eigenaren, die jongens van toen, zonen van de oude meneer Phoeng lopen zelf tegen hun pensioen en zo is het met hun vergrijsde koks. Pogingen om nieuwe aan te trekken zijn niet geslaagd. Er zat niets anders op dan het besluit om te stoppen. Het wekt melancholie bij de stamgasten, sommigen zijn er echt ontdaan van, voelen een verlies. Reden te meer om nog een laatste keer naar Nieuw China te gaan. Voor het eerst sinds al die jaren is het raadzaam om te reserveren, bij het afscheid van een Chinees-Indische gewoonte in Utrecht.

Vrijdagavond heb ik na afrekening de bon meegenomen. Traditioneel stond er een Chinese wijsheid onderin: 'Geluk is als een bril: men zoekt hem en heeft hem op zijn neus.' Ik was gelukkig met de oude menukaart met de Chinese jonk op het omslag die ik mocht meenemen van Woen Phoeng.

Een laatste blik op een Chinees buffet. Foto's: Jeroen Wielaert