Van Oosten - Niemand kan weer nergens wat aan doen (1)
Gepubliceerd: donderdag 5 maart 2026 07:00
Door Kees van Oosten

Bron afbeelding: beantwoording schriftelijke vragen 111 (2024)
Op 3 maart 2023 bracht bureau Berenschot een rapport uit over een geldverslindende slepende handhavingszaak. Het gaat in die zaak om twee panden in de binnenstad. Een daarvan werd in 2015 door de huidige eigenaar in een slechte staat gekocht om op te knappen. De afdeling Handhaving vond dat er sprake was van een onveilige situatie en eiste van de eigenaar dat hij maatregelen zou nemen.
De eigenaar wilde het pand opknappen, maar niet op de manier waarop hij dat volgens Handhaving zou moeten doen. Hij maakte bezwaar. Dat was het begin van een reeks juridische procedures. Doordat de gemeente telkens niet op tijd besluiten nam op de bezwaren van de eigenaar, ook niet als de rechter de gemeente daartoe dwong, liep het totaal van de dwangsommen (wegens niet tijdig beslissen) die gemeente aan eigenaar moest betalen op tot bijna een miljoen euro. Daarnaast had de gemeente nog eens ruim 5 miljoen uitgegeven aan proceskosten. Zie bovenstaande tabel, waarin de kosten die in de jaren 2018 t/m 2021 werden gemaakt, vreemd genoeg, niet worden vermeld.
Berenschot kreeg opdracht uit te zoeken wat er verkeerd was gegaan bij de afdeling Handhaving en bij de afdeling Juridische Zaken die de bezwaren behandelt. In het rapport dat door Berenschot werd opgesteld stond dat het om een hele complexe zaak ging, dat het bij de gemeente aan regie ontbrak maar dat niemand daar wat aan kon doen.
Kennelijk ook het hoofd van de afdeling Handhaving niet, want die werd kort daarop benoemd tot directeur van VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving). Zo gaat dat bij de gemeente Utrecht en daarom verandert er niets. Zie mijn Nieuws030-column Niemand kan nergens wat aan doen van 5 april 2023.
We zijn inmiddels bijna 3 jaar verder. De juridische procedures lopen nog steeds. Het eind is niet zicht. Een paar miljoen meer of minder is voor de gemeente geen probleem. Bij de rechtbank gaf de gemeente op 27 november 2025 te kennen niet bereid te zijn mee werken aan een minnelijke oplossing. Volgens de gemeente zou de eigenaar een dwarsligger zijn. Kortom, het eind is inderdaad niet in zicht. Over een paar weken hebben we een nieuwe gemeenteraad. Misschien zou die de kwestie weer op de agenda moeten zetten.
Het rapport Berenschot geeft een uitvoerig chronologisch overzicht van alle procedures en stelt vast dat ambtenaren en afdelingen langs elkaar heen werken en dat wethouders er niet of te laat bij betrokken worden. Dat is ernstig genoeg. Maar wat in het rapport niet besproken wordt is de vraag of er geen concrete fouten zijn gemaakt door betrokken juristen en handhavers. Die blijven buiten schot.
Voor een goed begrip van het Berenschot-rapport het volgende: er werden 20 ambtenaren gehoord, 2 zittende bestuurders en 3 voormalige bestuurders. De eigenaar waartegen gehandhaafd werd, werd niet gehoord. Er was een begeleidingscommissie waar geen onafhankelijke buitenstaanders in zaten, maar wel de concerndirecteur. Als er al iets in het concept van dat rapport stond dat er op kon wijzen dat een of meer leidinggevenden in gebreke waren gebleven, dan heeft die begeleidingscommissie dat er dus uit gecensureerd. Want niemand kan nergens wat aan doen bij de gemeente Utrecht.
Berenschot schrijft dat het om een complexe zaak gaat. Dat zou het voor ambtenaren en leidinggevenden zo moeilijk maken om niet langs elkaar heen te werken. Die complexiteit is echter het resultaat van de wanorde bij de gemeente. De kern van de zaak is namelijk vrij simpel. Het ging en gaat om een keldermuur tussen twee panden en om een achtergevel. Ik ga in deze column eerst in op de achtergevel.
Last onder dwangsom
Op 11 januari 2018 legde de gemeente afdeling Handhaving de eigenaar van het pand in de binnenstad een last onder dwangsom op. Hij moest de achtergevel in originele staat herstellen. Dat moest vóór 15 maart 2018, anders zou hij een dwangsom van 5000 euro kwijt zijn. De originele achtergevel dateerde uit 1883. Volgens de eigenaar zaten er scheuren in, ontbrak een deugdelijke fundering en stond die op instorten.
De eigenaar verwijderde de instabiele achtergevel en wilde de achterkant van zijn pand zo ver-bouwen dat die aan de huidige eisen voldoet. Om de muur in originele staat te herstellen vond hij een slecht idee, want in de originele staat ontbrak een fundering. Dus maakte de eigenaar bezwaar tegen de last onder dwangsom.
Volgens de opgelegde last onder dwangsom was sprake van een onveilige situatie en was voor het (gedeeltelijk) slopen van de achtergevel een vergunning nodig omdat de achtergevel een dragende functie zou hebben. De eigenaar bestreed dat. De rechtbank gaf de eigenaar op 19 maart 2020 gelijk. Tegen die uitspraak ging de gemeente in hoger beroep.
Op 8 augustus 2021 besliste de Raad van State dat de gemeente in het besluit van 11 januari 2018 noch de onveiligheid noch de dragende functie van de achtergevel had aangetoond. Van de controle waarbij een en ander zou zijn vastgesteld kon de gemeente geen rapport en ook geen foto’s overleggen.
Conclusie 1
Handhaving heeft een fout gemaakt door in januari 2018 een last onder dwangsom op te leggen, nota bene zónder een rapport van bevindingen (de controle). Handhaving en Juridische Zaken hebben ook een fout gemaakt door in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank in maart 2020.
Het gevolg van de fouten was dat de eigenaar 3 jaar en 8 maanden lang niet kon weten of hij de achtergevel nu wel of niet in originele staat moest herstellen. De last onder dwangsom was getekend door het toenmalige hoofd Handhaving J. Kleijwegt. Die is niet op haar rol in de hele zaak afgerekend *, want inmiddels is ze bevorderd tot directeur van VTH.
*) Zie de beantwoording schriftelijke raadsvragen 2022, nummers 140 en 144