Van Oosten - Niemand kan weer nergens wat aan doen (2)
Gepubliceerd: vrijdag 6 maart 2026 07:00
Door Kees van Oosten

Bron afbeelding: beantwoording schriftelijke vragen 111 (2024)
(Dit is een vervolg op deel 1)
Omdat de eigenaar van het pand in de binnenstad verder wilde met zijn huis en niet wilde wachten tot de Raad van State uitspraak zou doen in de zaak over de last onder dwangsom, vroeg hij op 13 mei 2020 een bouwvergunning aan voor het bouwen van een nieuwe achtergevel die afweek van de originele in 1883 gebouwde achtergevel, alleen al omdat daar een deugdelijke fundering voor moest worden aangebracht die bij de originele achtergevel ontbrak.
Op 15 september 2020 lag de vergunning klaar om verstuurd te worden. Op 17 september, twee dagen later, kreeg de eigenaar echter een brief dat zijn aanvraag buiten behandeling was gelaten. Wat was er in die twee dagen gebeurd in het gemeentehuis? Dat heeft Berenschot niet uitgezocht.
De gemeente zou later beweren dat de buren naar aanleiding van de aanvraag bezwaren hadden aangevoerd. In de niet-verstuurde, getekende vergunning (klik hier voor de geanonimiseerde pdf) waren die problemen echter al behandeld en als ongegrond afgedaan. (*)
De eigenaar maakte bezwaar tegen het buiten behandeling laten van zijn aanvraag. De gemeente weigerde dat bezwaar te behandelen, want meende dat het buiten behandeling laten van een aanvraag geen voor bezwaar vatbaar besluit was. De eigenaar moest weer in beroep. De rechter wees de zaak door naar de Raad van State. Die stelde de eigenaar op 15 juni 2022 in het gelijk (vonnis). Het bezwaar tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag had gewoon behandeld moeten worden.
Sinds het indienen van de aanvraag op 13 mei 2020 waren inmiddels 2 jaar verstreken.
De Raad van State droeg de gemeente op het bezwaar alsnog te behandelen. Dat deed de gemeente: het bezwaar tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag werd op 8 oktober 2022 afgewezen met het argument dat hij niet belanghebbend was. De rechtbank moest er weer aan te pas komen. Die geeft de eigenaar op 17 augustus 2023 gelijk (vonnis).
Sinds de indiening van de aanvraag op 13 mei 2020 zijn inmiddels ruim 3 jaar verstreken.
Conclusie 2
De opvatting dat je geen bezwaar zou mogen maken tegen het buiten behandeling laten van een aanvraag wijst op een zorgelijk gebrek aan juridische kennis bij de juristen van Handhaving en Juridische Zaken.
Dat gebrek aan juridische kennis blijkt opnieuw wanneer ze beslissen, nadat de Raad van State de gemeente verplicht heeft het bezwaar alsnog te nemen, dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gelaten omdat de eigenaar niet belanghebbend zou zijn. Dat was die natuurlijk wel, zoals de rechtbank oordeelde.
De vraag die zich opdringt is: wordt de eigenaar niet gewoon tegengewerkt? Omdat de heren juristen keer op keer op hun bek zijn gegaan bij de rechtbank en de Raad van State? Of om het college en gemeenteraad wijs te maken dat het zijn eigen schuld is dat het met de verbouwing van de achtergevel niet opschiet?
Weigering bouwvergunning
Zoals ik schreef, op 15 september 2020 lag er een bouwvergunning klaar om verstuurd te worden. Getekend en wel. Niettemin kreeg de eigenaar bericht dat zijn aanvraag buiten behandeling zou worden gelaten. Lag het nu niet erg voor de hand om die klaarliggende en getekende bouwvergunning alsnog te verlenen? Nadat de rechtbank en de Raad van State hadden afgerekend met de argumenten om de aanvraag niet in behandeling te nemen?
De juristen van de gemeente bedachten wat anders. Of de eigenaar binnen 14 dagen nog even een flink aantal onderzoeken kon aanleveren. Op 8 september 2023 kreeg de eigenaar het verzoek binnen 14 dagen een ‘quick scan flora en fauna’ aan te leveren, een tekening en berekening van de daglichttoetreding van verblijfsruimten, een plan om onveilige en hinderlijke situaties te beperken tijdens de bouw, detailtekeningen van de aansluiting van de bestaande bebouwing met de nieuwe bebouwing, tekeningen met berekening met betrekking tot de constructie inclusief geotechnische informatie, gegevens over de bestaande erfdienstbaarheden.
Kortom een onmogelijke opgave, want waar haal je zo snel adviesbureaus vandaan om dat even gauw voor je te doen? En was al deze informatie überhaupt wel noodzakelijk voor de aanvraag van 13 mei 2020? De aanvraag voldeed toch al de indieningsvereisten, want hoe anders had er op 15 september 2020 een getekende vergunning klaar kunnen liggen voor verzending?
Omdat de eigenaar er niet in slaagde alle gevraagde onderzoek binnen 14 dagen aan te leveren, beslist Handhaving om de aanvraag opnieuw buiten behandeling te stellen.
Conclusie 3
De juristen van VTH waren kennelijk vastbesloten om de eigenaar geen vergunning te verlenen voor het bouwen van een nieuwe achtergevel. Eerst de aanvraag buiten behandeling laten, dan beweren dat hij geen belanghebbende was en als ze dan door de rechter gedwongen worden om op de bouwaanvraag te beslissen, niet de vergunning sturen die 15 september 2020 getekend en wel klaar lag maar de eigenaar opzadelen met de onmogelijke opgave om binnen 14 dagen een groot aantal onderzoeken aan te leveren.
Wat wilden de juristen van de gemeente met hun tegenwerking bereiken? Dat laat zich raden. De eigenaar mocht er hoe dan ook niet in slagen na alle juridische procedures gelijk te krijgen. Dat zou immers betekenen dat Handhaving en Juridische Zaken grote fouten hadden gemaakt en kan niet. Ambtenaren en leidinggevenden van ambtenaren maken geen fouten. Althans niet in Utrecht.
De schuld van de slepende procedures moest dus bij de eigenaar worden gelegd die zoveel bezwaren had gemaakt dat een complexe onwerkbare situatie voor Handhaving en Juridische Zaken ontstond.
Vervolg
Na het weer buiten behandeling stellen van de vergunningsaanvraag besloot Handhaving dat de gemeente de achtergevel zou laten herstellen, op kosten van de eigenaar. Daarover gaat de volgende column. Die volgt binnenkort.
*) Deze zat in een dossier dat naderhand in een andere procedure naar de rechtbank werd gestuurd.