Leenaers - Waarom geen nieuwe Kozakkendag?
Gepubliceerd: zaterdag 19 juli 2025 01:39
Armand Leenaers - In het onvolprezen standaardwerk Tegen de terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon van de Utrechtse hoogleraar Beatrice de Graaf kwam ik het weer tegen: Kozakkendag in Utrecht.
Op 28 november 1813 verloste een kleine eenheid van het Russische leger Utrecht van de Franse overheersing door via de Wittevrouwenpoort de stad binnen te rijden. Aziatisch ogende ruiters op kleine, wendbare paarden werden enthousiast onthaald door de bevolking. Ze kregen zelfs de sleutels van de stad aangeboden, al bleken dat later kopieën te zijn.
Pieter Gerardus van Os (1776-1839) legde het tafereel vast in een beroemd geworden schilderij. Een topstuk aldus het Centraal Museum waar dit kunstwerk te bewonderen is (zie ook de afbeelding hierboven). Sindsdien vierde Utrecht een eeuw lang elk jaar Kozakkendag. Hoe dat in zijn werk ging en wat er zoal werd georganiseerd staat vermeld op deze pagina van de vereniging Oud-Utrecht.
De komst van de Russen werd elk jaar herdacht en daarbij vloeide de drank rijkelijk, zoveel is duidelijk. Het was met recht een heuse Bevrijdingsdag. De 100e Kozakkendag op 4 september 1913 was meteen de laatste. Een jaar later brak namelijk de Eerste Wereldoorlog uit en het neutrale Nederland wilde de Fransen niet nodeloos voor het hoofd stoten.
Wel werd een jaar later bij de Bijlhouwerbrug een gedenkteken onthuld. Niet ver van de plek waar de Fransen in 1813 roemloos de aftocht hadden geblazen: de Tolsteegpoort. ‘Utrechts verlossing herdacht 1913’ staat er.

Dit belangrijke keerpunt in de geschiedenis is helaas in de vergetelheid geraakt. Na de Russische Revolutie van 1917 en zeker na 1945 was alles wat uit de Sovjet-Unie kwam per definitie verdacht. Gelukkig wijdde historicus Maarten van Rossem in oktober 2022 een aflevering van zijn RTV Utrecht-programma 'Van Rossem Vertelt' aan Kozakkendag.
Begin dat jaar was het Rusland van Vladimir Poetin, tegen alle verwachtingen in, begonnen aan een gewelddadige invasie van Oekraïne. Opnieuw een keerpunt in de Europese geschiedenis. En opnieuw kwamen er mensen uit dat onmetelijk grote land naar Utrecht. Deze keer niet als bevrijders van Europa maar als oorlogsvluchtelingen met als bestemming de Jaarbeurs.
In zekere zin zijn de Oekraïners afstammelingen van de kozakken van destijds. Dat was toen een etnisch gemengde bevolkingsgroep die bestond uit mensen die zich in de vroege middeleeuwen hadden gevestigd in het zuidwesten van Rusland en Polen. In ruil voor autonomie erkenden ze de tsaar en hielpen ze de Russische vorst in geval van oorlog zoals tegen Napoleon.
De bereden kozakken stonden bekend als geharde krijgers. De Oekraïners van nu treden in hun voetsporen. Alles bij elkaar genoeg reden voor de stad Utrecht om samen met de Oekraïense gemeenschap Kozakkendag op 28 november in ere te herstellen, zou je zeggen.
Vergelijk het met de eveneens vergeten Waterloodag op 18 juni, ook een eeuw lang een nationale feestdag waar Beatrice de Graaf een paar jaar geleden aandacht voor vroeg in het NRC.
Wat meer historisch besef kan vandaag de dag helemaal geen kwaad.