Eerste kerstdag hebben Kees en Dik Binnendijk voor de 23-ste keer hun traditionele kerstwandeling gemaakt. Het is de 21-ste maal dat ze die wandeling in Zuid-Limburg hebben gedaan. Gisteren ging de column over de rituelen of de gebruiken die er in de loop van de jaren zijn ingeslopen. Vandaag het ritueel van de terugreis Maastricht-Utrecht en de lockdownwijzigingen.

Dik Binnendijk – Zo rond zes uur ‘s avonds nemen we de intercity Maastricht-Utrecht naar huis. We zorgen ervoor dat we op twee banken tegenover elkaar kunnen zitten met een tafeltje ertussen. Zodra de trein vertrekt, begin ik het raam te versieren met kerstslingers, een papieren kerstklokje en een onbreekbare kerstbal. Met sellotape plak ik alles vast. Kees pakt dan de theedoek die dient als tafelkleedje. Hij zet het blauwe houdertje met theelichtje op tafel en steekt ’t kaarsje aan. Op de theedoek na nemen we al een jaar of drie deze versieringen niet meer mee.

Dan komt de fles rode wijn tevoorschijn. Deze is absoluut nog niet op temperatuur. Dus om de beurt klemmen we die fles tussen onze dijen. Na een minuut of tien neemt de ander het warmzitproces over, meestal als je vindt dat je dijen en ballen koud genoeg zijn geworden. Tot Roermond duurt dit opwarmwisselproces en dan ontkurken we de fles. Of beter gezegd: draaien we de schroefdop open.

Al een paar jaar neemt Kees standaard de wijn mee, twee stevige glazen en ongepelde pistachenootjes. Ik heb drie tot vijf verschillende kaasjes bij me, stokbrood, crackers en soms ook een zakje kant-en-klaar noten. Dit stallen we allemaal voor ons op het tafeltje: ons kerstdiner. De reacties van zowel de conducteur als medereizigers zijn altijd positief en zorgen vaak voor leuke gesprekken. Soms geven we de buren nog een crackertje kaas.

Kees met de witte wijn.

Als we voorbij Houten zoeven, gaan we opruimen: etenswaren weg, raamversieringen weg, kruimels van de bank en tafeltje. Hoogstens aan de kruimels op de vloer kun je zien dat we ons kerstmaal hebben genuttigd. Als de wijn nog niet op is, neemt Kees deze mee; hij moet ten slotte nog veertig minuten extra in de trein naar Leiden Lammenschans.

Door de lockdown in dit jaar hebben we onze rituelen maar aangepast. Cafés zijn dicht en er is geen kerstmarkt op het Vrijthof. De wandeling naar het Onze Lieve Vrouwenplein hebben we maar geschrapt. Terug in Maastricht zijn we alleen overgestapt van de Arriva-stoptrein naar de NS-intercity richting Utrecht. Op verzoek van Kees heb ik ook twee tripelbier meegenomen. Dan hebben we toch nog een biertje na de wandeling. Kees heeft voor het eerst witte wijn meegenomen in plaats van rode. Dus het ritueel van wijn-opwarmen-tussen-de-dijen kan ook achterwege blijven. Een conducteur zien we niet en in onze wagon zijn we tot Eindhoven de enige passagiers. Daar zijn slechts vijf passagiers bij ons ingestapt. Leuke gesprekken met andere medereizigers hebben we niet. De terugreis is zo relatief toch saai.

In de Arriva-boemel van Valkenburg naar Maastricht heb ik zelfs iets meer reizigers gezien. Ook daar zitten Kees en ik tegenover elkaar. In de bank naast ons aan het andere raam belt een student wellicht met z’n vriendin. Hij probeert haar zo gek te krijgen om hem af te halen op het station. De rest van het gesprek heb ik niet gevolgd. Zijn gezicht is grotendeels bedekt met een mondkapje. Bovendien heeft hij zijn hoodie-capuchon over zijn hoofd getrokken. Maar ik kan nog zijn pretogen zien en een randje zwart krullend haar. Hij lijkt me wel aardig. Na het gesprek kijkt hij naar buiten. 

We zijn vlak voor Maastricht. Kees is al richting de deur gelopen. Ik sta nog te hannesen in het gangpad om mijn rugzak om te doen. Ineens maakt de trein een slinger. Ik verlies mijn evenwicht en dreig te vallen in richting van de hoodie-jongen die nog zit. Maar het lukt me nog net om overeind te blijven en niet voor zijn voeten neer te donderen. Ik zie dat de hoodie-boy zijn hand heeft uitgestoken, zodat ik die kan grijpen. Het is niet meer nodig, ik blijf wat wankelend staan. Maar ik leg mijn hand nog even op de zijne en zeg: “Dank je!” En ik kijk hem aan, knik naar hem. Dat is ons contact. Ik loop verder naar Kees. Hij heeft blijkbaar mijn bijna-val gezien: “Hoe het jou weer altijd lukt om met mensen in contact te komen!” zegt Kees lachend terwijl we naar de intercity richting Utrecht lopen. “Ja hè! In ieder geval heb ik weer even mijn huidhonger kunnen bevredigen. Da’s ook nooit weg!”

Ik wens je een mooie jaarwissel en een goed, gezond, coronavrij en creatief 2021 toe. En ik hoop dat komend jaar ook iemand zijn of haar hand naar je opsteekt om je te helpen als je even in de problemen zit of denkt te komen.

Het station Valkenburg uit 1853 is het oudste nog bestaande station in ons land. Foto: Dik Binnendijk